ECLI:NL:RBLIM:2015:8506
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vaststelling proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand bij bezwaar WOZ-waarde
Eiseres maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van haar onroerende zaak en kreeg gedeeltelijk gelijk, waarna zij beroep instelde tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding voor de hoorzitting in bezwaar. Verweerder had een forfaitaire vergoeding van €30 per zaak toegekend, stellende dat de korte bespreking van meerdere bezwaarschriften een matiging rechtvaardigde. Eiseres betwistte dit en vorderde een volledige vergoeding van €244 per zaak.
De rechtbank overwoog dat op twee hoorzittingen van elk ongeveer een uur in totaal 24 bezwaarschriften werden behandeld, waarbij de voorbereidende werkzaamheden van de gemachtigde niet in twijfel werden getrokken. Gezien de terughoudende toepassing van bijzondere omstandigheden voor matiging van de vergoeding, oordeelde de rechtbank dat de forfaitaire vergoeding niet disproportioneel was. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en stelde deze vast op €488 (2 x €244).
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder tot vergoeding van de kosten van de beroepsprocedure bij de rechtbank (€490) en het griffierecht (€45). Het arrest bevestigt dat bij de beoordeling van disproportionaliteit wordt gekeken naar het aantal behandelde zaken, de duur van de hoorzitting en de aard van de voorbereidende werkzaamheden, waarbij een matiging slechts in uitzonderlijke gevallen aan de orde is.
Uitkomst: De rechtbank stelde de proceskostenvergoeding vast op €488 en veroordeelde verweerder tot vergoeding van de proceskosten en griffierecht.