Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam]
1.De procedure
- het verzoekschrift en de vijf door [verzoeker] ingezonden bijlagen
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling op 2 november 2015, waarbij door [verzoeker] een pleitnota is overgelegd.
Rechtbank Limburg
De zaak betreft het verzoek van een werkgever tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een onderhoudsmonteur wegens disfunctioneren, verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding. De werknemer was sinds juni 2013 in dienst, eerst voor bepaalde tijd en daarna onbepaalde tijd, met een 16-urige werkweek.
De werkgever stelde diverse verwijten aan de werknemer, waaronder het onjuist invullen van werkbonnen, een laag werktempo, privételefoongesprekken tijdens werktijd, het zonder toestemming bestellen van een laskap en het ongeoorloofd opnemen van verlof. De werknemer betwistte de meeste verwijten, behalve de bestelling van de laskap.
De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende bewijs was geleverd voor de meeste verwijten, behalve de ongeoorloofde bestelling van de laskap en het voeren van privételefoongesprekken. Het ongeoorloofd verlof was niet doorslaggevend voor ontbinding. Disfunctioneren werd niet vastgesteld. Wel was er sprake van een verstoorde arbeidsverhouding, die ontbinding rechtvaardigt.
De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 7 december 2015, met toekenning van een transitievergoeding van €744,32 bruto. De werkgever krijgt twee weken de tijd om het verzoek in te trekken, bij intrekking vergoedt hij de proceskosten van de werknemer. Bij niet-intrekking dragen partijen elk hun eigen kosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding met toekenning van een transitievergoeding van €744,32 bruto.