Uitspraak
13.Het beroep is ongegrond.
14.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 december 2016.
Rechtbank Limburg
Eiseressen dienden een verzoek in voor planschadevergoeding wegens beperkingen in bouwmogelijkheden door het bestemmingsplan “Implementatie-herziening ruimte voor de rivier”. Verweerder wees dit verzoek af, gesteund op een advies van de onafhankelijke deskundige SAOZ, die concludeerde dat het nieuwe bestemmingsplan geen nadeliger positie opleverde dan het oude planologisch regime. De rechtbank bevestigt dat het toetsingsregime van de Rivierenwet sinds 19 april 1996 sterk is aangescherpt, waardoor het verkrijgen van een vergunning voor nieuwbouw en uitbreiding onder zeer strikte voorwaarden viel.
De rechtbank oordeelt dat de gronden van eiseressen grotendeels binnen het winterbed van de Maas liggen volgens het Koninklijk Besluit van 6 maart 1998, dat geldt als peildatum. De rechtbank wijst het betoog van eiseressen af dat alleen het KB van 1916 relevant zou zijn. De SAOZ heeft een gedegen en zorgvuldige analyse geleverd, waarbij alle relevante percelen en bestemmingsplannen zijn betrokken. De rechtbank volgt de SAOZ en verweerder in de conclusie dat het bestemmingsplan geen extra waardevermindering veroorzaakt.
Het beroep van eiseressen wordt ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op 5 december 2016. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het planschadeverzoek wordt ongegrond verklaard.