De ex-advocaat [eiser] vordert dat zijn zaak wordt verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, op grond van artikel 46b van de Wet op de rechterlijke organisatie. Hij stelt dat sinds augustus 2014 alle procedures waarin hij betrokken was, werden verwezen vanwege klachten en zijn schrapping van het tableau.
De rechtbank oordeelt dat nu de klachten onherroepelijk zijn beslist en [eiser] geen advocaat meer is, het niet langer aangewezen is om zijn zaken routinematig te verwijzen. Zijn gebrek aan vertrouwen in de rechtbank vormt geen toereikende grond voor verwijzing.
Desondanks verwijst de rechtbank de zaak vanwege de bestaande praktijk tot medio 2016 en het feit dat [eiser] ervan uitging dat deze nog voortduurt. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden zodat de rechtbank Midden-Nederland hierover kan beslissen.