Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 april 2016 in de zaak tussen
[naam 1] , te Nederweert, eiser,
[naam VOF] V.O.F., te Nederweert ,
Procesverloop
Overwegingen
gemiddeldéén keer per week mest mag worden aangevoerd. Omdat uit de door vergunninghouder overgelegde registratie blijkt dat iedere vier à vijf dagen mest wordt aangevoerd, heeft verweerder zich tevens bij het bestreden besluit terecht op het standpunt gesteld dat vergunninghouder in overtreding is.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover daarbij niet handhavend is opgetreden tegen de frequentie van de mestaanvoer en voor zover is besloten niet handhavend op te treden tegen geluidhinder in verband met mogelijk optredend tonaal geluid;
- draagt verweerder op binnen zes weken na de dag van verzending van deze
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 992,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 april 2016.