Eiseres verzocht bijzondere bijstand voor meerkosten bewindvoering met terugwerkende kracht. De gemeente Stein wees dit af omdat de kosten betrekking hadden op werkzaamheden uit 2011 en 2012, langer dan een jaar voor de aanvraag in januari 2015.
Eiseres stelde dat de kosten pas ontstonden op de datum van machtiging door de kantonrechter in oktober 2014, binnen een jaar voor de aanvraag. De rechtbank oordeelde dat de kosten zijn opgekomen toen de werkzaamheden werden verricht, dus in 2011 en 2012, en dat de aanvraag daarom terugwerkende kracht betrof.
Volgens vaste jurisprudentie bestaat in beginsel geen recht op bijzondere bijstand met terugwerkende kracht, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden aanwezig en stelde vast dat het gemeentelijk beleid terugwerkende kracht tot één jaar toestaat en dat dit beleid consistent is toegepast.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter K.M.P. Jacobs op 25 april 2016.