ECLI:NL:RBLIM:2016:5693
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens handel in softdrugs op grond van artikel 13b Opiumwet
De burgemeester van Maastricht legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van eiseres voor drie maanden wegens handel in softdrugs. Dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank Limburg.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester mocht uitgaan van het politierapport waarin is vastgesteld dat in de woning en auto van eiseres hennep was aangetroffen en dat eiseres zelf verklaarde dat deze softdrugs bestemd waren voor verkoop. Hoewel de hoeveelheid softdrugs binnen de gebruikershoeveelheid viel, was er voldoende aanleiding om aan te nemen dat de drugs voor verkoop, aflevering of verstrekking bestemd waren.
De rechtbank verwierp het verweer dat de bevoegdheid van de burgemeester onjuist was toegepast, dat het besluit disproportioneel was, en dat de sluiting in strijd was met artikel 8 EVRM Pro of het ne bis in idem beginsel. Het beleid van de burgemeester werd als niet onredelijk beoordeeld en er waren geen bijzondere omstandigheden die tot afwijking van het beleid noodzaakten.
De rechtbank concludeerde dat de sluiting een herstelsanctie is en geen strafsanctie, waardoor het ne bis in idem beginsel niet werd geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en de sluiting van de woning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting van de woning wegens handel in softdrugs wordt ongegrond verklaard en het besluit bevestigd.