ECLI:NL:RVS:2017:3251
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- A.W.M. Bijloos
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit burgemeester tot sluiting woning wegens handel softdrugs
De burgemeester van Maastricht had op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet besloten de woning van appellante te sluiten voor drie maanden vanwege handel in softdrugs. De rechtbank had dit besluit bevestigd, waarbij zij oordeelde dat de burgemeester bevoegd was en het beleid niet onredelijk was. Appellante stelde echter dat de bevoegdheid onterecht werd toegepast en dat de sluiting disproportioneel was, mede omdat de levering niet aan de deur van de woning plaatsvond en zij al was veroordeeld voor een soortgelijk feit.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b Opiumwet, maar dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was met betrekking tot de bijzondere omstandigheden en proportionaliteit. Tevens werd vastgesteld dat de sluiting een bestuurlijke maatregel is, maar dat onvoldoende was aangetoond dat deze noodzakelijk was om de overtreding te beëindigen. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en gaf opdracht tot een nieuw besluit.
De Afdeling veroordeelde de burgemeester tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling kan worden ingesteld. Hiermee werd het belang van zorgvuldige motivering en proportionaliteit bij bestuursdwangbesluiten benadrukt, zeker wanneer deze ingrijpen in het woonrecht en het privéleven.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en disproportionaliteit; de burgemeester moet een nieuw besluit nemen.