ECLI:NL:RBLIM:2016:6781
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- A.W.P. Letschert
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens misbruik van recht bij Wob-verzoek
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn Wob-verzoek, terwijl het verzoek al was doorgestuurd naar de NVWA voor verdere behandeling. De rechtbank constateert dat het verzoek onduidelijk en zeer algemeen is geformuleerd, waardoor een adequate besluitvorming werd bemoeilijkt.
De rechtbank overweegt dat het Wob-verzoek kennelijk is ingediend om het bezwaar tegen een boetebeschikking te onderbouwen, maar dat de juiste procedure hiervoor artikel 7:4 Awb Pro is. Door de keuze voor de Wob en het indienen van ingebrekestellingen werd een dwangsom uitgelokt, wat wijst op kwade trouw en misbruik van recht.
Op grond van artikel 13 en Pro 15 van Boek 3 BW en eerdere jurisprudentie wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De handelwijze van de gemachtigde wordt toegerekend aan eiser. De rechtbank benadrukt dat het doel van het Wob-verzoek niet strookt met het beoogde doel van de wet, waardoor het beroep niet ontvankelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens misbruik van recht bij het indienen van het Wob-verzoek.