Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,wonend te [woonplaats 1] ,
[eiser sub 2],
wonend te [woonplaats 2] ,
1.De procedure
2.De feiten
Bijzondere bepalingen
Rechtbank Limburg
Huurder huurde een zelfstandige woning van verhuurders met de afspraak dat het gehuurde uitsluitend als woonhuis mocht worden gebruikt en dat het verboden was om drugs te kweken of te verhandelen. Op 19 december 2014 werd een hennepplantage in de woning aangetroffen, waarna de burgemeester de woning voor zes maanden sloot.
Verhuurders vorderden betaling van achterstallige huur, schadevergoeding wegens gederfde huurinkomsten tijdens de sluiting, en een contractuele boete van €1.000 per dag over verschillende perioden. Huurder voerde verweer, maar betwistte niet dat hij de verplichtingen had geschonden.
De kantonrechter oordeelde dat de gevorderde huurachterstand en schadevergoeding toewijsbaar zijn, evenals de contractuele boete over de periode vanaf 29 september 2014, maar wees de boete over de periode vanaf 1 april 2014 af wegens gebrek aan bewijs dat huurder toen al beschikte over het gehuurde. Tevens werden wettelijke rente, buitengerechtelijke kosten en proceskosten toegewezen.
De uitspraak bevestigt dat contractuele boetes bij overtreding van een verbod in de huurovereenkomst kunnen worden toegewezen en benadrukt de gevolgen van hennepkwekerijen voor verhuurders.
Uitkomst: Huurder wordt veroordeeld tot betaling van €84.555,00 met rente en kosten wegens overtreding van het boetebeding en achterstallige huur.