Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
5.Het verloop van de procedure
6.De verdere beoordeling
Bijzondere bepalingen
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Appellant huurde een zelfstandige woning en sloot een huurovereenkomst met een boetebeding voor illegale activiteiten in strijd met de Opiumwet. In de woning werd een hennepplantage aangetroffen, waarna de burgemeester de woning sloot en appellant strafrechtelijk werd veroordeeld voor medeplichtigheid.
Geïntimeerden vorderden betaling van achterstallige huur, schadevergoeding en een boete van €233.000, waarvan een deel werd toegewezen. Appellant stelde het boetebeding onredelijk bezwarend en betwistte de hoogte en ingangsdatum van de boete.
Het hof oordeelde dat het boetebeding niet onredelijk bezwarend is gezien de risico's en afschrikkende werking, maar matigde de boete van €79.000 naar €40.000 vanwege het beperkte aandeel van appellant en zijn financiële situatie. De overige vorderingen werden bekrachtigd en appellant werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Boete wegens hennepteelt gematigd van €79.000 naar €40.000, overige vorderingen bekrachtigd.