In deze kortgedingprocedure vorderen ex-echtelieden ieder exclusief gebruik van de huurwoning die zij samen bewoonden. De huurovereenkomst staat op naam van de eiser, maar de gedaagde woont nog steeds in de woning. De eiser verblijft sinds juni 2016 elders op advies van de politie.
De kantonrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang bij de vorderingen. Gelet op de langdurige vertroebelde relatie tussen partijen en het ontbreken van recente acute of ernstige situaties, wordt het spoedeisend belang ontkennend beoordeeld. Daarnaast is niet aannemelijk dat de eiser geen onderdak heeft op zijn huidige verblijfplaats.
De gevraagde voorziening komt neer op een declaratoir oordeel over het exclusieve gebruik van de woning zonder tijdsduur, hetgeen in kort geding niet toewijsbaar is. Daarom worden de vorderingen van eiser en gedaagde afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd omdat het geschil voortvloeit uit hun voormalige relatie.