Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] , wonende te Brunssum, ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 03/866398-14 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 111,61 te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 11 juni 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] ter zake gemaakte deurwaarderskosten, advocaatkosten en immateriële schade af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 484,--;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [naam benadeelde partij 1] van € 21567,47 (€111,61 en € 21.455,86) bij niet betaling en verhaal te vervangen door 142 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 11 juni 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening:
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 1] vervalt en omgekeerd;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] , wonende te Gronsveld, ten aanzien van feit 2 onder parketnummer 03/866398-14 af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op € 100,--;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer van [naam benadeelde partij 2] van € 22.934,18 bij niet betaling en verhaal te vervangen door 149 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 11 juni 2014 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij [naam benadeelde partij 2] vervalt en omgekeerd;
- verklaart de vordering van de benadeelde partij [naam benadeelde partij 4] , wonende te Maastricht, ten aanzien van feit 5 onder parketnummer 03/866398-14 niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de benadeelde partij voornoemd in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot op nihil.