Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de man, bijgestaan door mr. Roeleven;
- de vrouw, bijgestaan door mr. Ylgör.
2.De beoordeling
- voor het pand aan de [adres pand B 1] een bedrag van € 800,= per maand;
- voor het pand aan de [adres pand B 2] een bedrag van € 800,= per maand;
- voor het pand aan de [adres pand B 3] een bedrag van € 1.250,= per maand, omdat de rechtbank ervan uitgaat dat de man in staat is dit pand binnen afzienbare tijd weer te verhuren.
Over de tijd, dat de echtgenoten anders dan in overleg niet samenwonen of dat tussen hen scheiding van tafel en bed bestaat;
- Is de aankoop van het pand (afgezien van de hypothecaire lening) gefinancierd met privévermogen dan wel overgespaard inkomen?
- Is op de hypothecaire lening afgelost met privévermogen dan wel met overgespaard inkomen?
verklaring van partijen”is voldaan. Het hiervoor genoemde bankafschrift van de Rabo privérekening levert bewijs op dat de man dit bedrag heeft voldaan. In de akte van levering is niet duidelijk vermeld hoe het resterende bedrag is betaald. Uit de door de man overgelegde kostenstaat in combinatie met het bankafschrift van de ABN AMRObank en de bijlage bij de akte van levering betreffende de hypothecaire lening blijkt duidelijk dat het resterende bedrag is voldaan door afsluiting van een hypothecaire lening ten bedrage van € 60.0000,= en door overschrijving van een bedrag van € 67.809,38 vanaf zijn ABN AMRO rekening.
[D Beheergroep] BV
- 800 AK € 18.000,-
- 1830 Rekening courant [A] BV € 17.000,-
- 4700 Rente en bankkosten € 79,86
- 1100 ABN [rekeningnummer 3] € 920,14.
- de continuïteit van de onderneming als gevolg van de uitkering niet in gevaar komt;
- de onderneming over voldoende weerstandsvermogen blijft beschikken om moeilijke tijden te kunnen overleven;
- de verdere groei van de onderneming niet wordt belemmerd;
- de uitkering niet in strijd is met de statuten van de BV;
- de uitkering niet in strijd is met artikel 2:216 lid 2 BW Pro;
- de verhouding eigen - en vreemd vermogen in overeenstemming is met hetgeen in de branche gebruikelijk is.
- bestek en keukenmessen
- gourmetborden
- fonduepan
- droger
- wasmachine
- strijkplank
- tv (slaapkamer)
- spiegel (slaapkamer)
- buikkastje als door de vrouw omschreven
- klein wijnrek c
- champagnekoeler
- lakens als door de vrouw omschreven
- houten mast
- babykleertjes en schoentjes [minderjarig kind]
- klapper cursus matrozendiploma
- de reactie van de man op de door de vrouw bij haar aanvullend verzoek van 18 mei 2017 overgelegde producties;
- de te benoemen deskundige in verband met de taxatie en verbouwing van het pand [adres pand B] en de aan deze voor te leggen vragen;
- de voorgenomen benoeming van de heer E.R. Lankester, registeraccountant, van Boringa & Lankester registeraccountants te Nieuwveen tot deskundige en het in verband met de benoeming te betalen voorschot.
3.De beslissing
- eenmaal per veertien dagen van vrijdag tot en met zondag verblijft [minderjarig kind] bij de man, alsmede iedere dinsdag en donderdag na school tot 18.00 uur;
- de man draagt er zorg voor dat [minderjarig kind] op dinsdag en donderdag van school wordt opgehaald;
- de zomervakanties zullen bij helfte worden verdeeld, waarbij de man in de oneven jaren en de vrouw in de even jaren de eerste keus heeft;
- in de even jaren is [minderjarig kind] in de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw;
- in de Kerstvakantie is [minderjarig kind] in de even jaren op de kerstdagen en de eerste week van de vakantie en Oud en Nieuw bij de man en in de oneven jaren is [minderjarig kind] dan bij de vrouw.;
- in de meivakantie is [minderjarig kind] in de oneven jaren bij de vrouw en in de even jaren bij de man en een eventuele tweede week meivakantie is [minderjarig kind] in de even jaren bij de vrouw en in de oneven jaren bij de man;
- [minderjarig kind] viert zijn verjaardag in de even jaren bij de man en in de oneven jaren bij de vrouw; [minderjarig kind] is op Moederdag bij de vrouw en op Vaderdag bij de man en tijdens de feestdagen verblijft [minderjarig kind] afwisselend het ene jaar bij de man en het andere jaar bij de vrouw;
voorlopigheeft te betalen een bedrag van € 671,= per maand;
voorlopig€ 3.656,= per maand dient te betalen aan de vrouw als uitkering tot levensonderhoud, met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;