Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 100,00
- griffierecht 471,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van International Card Services B.V. (ICS) tegen een bewindvoerster over de gelden en goederen van een rechthebbende, hierna [X]. ICS vordert betaling van een openstaand bedrag uit hoofde van een creditcardovereenkomst die met [X] is gesloten. De bewindvoerster voert verweer met het argument dat de overeenkomst niet rechtsgeldig is omdat de goederen van [X] onder bewind stonden ten tijde van het sluiten van de overeenkomst.
De kantonrechter stelt vast dat het beschermingsbewind niet publiekelijk bekend was en dat ICS voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst een BKR-toets heeft verricht, waaruit bleek dat er geen achterstanden waren en dat [X] een werkgever had. Het niet vermelden van het beschermingsbewind in het openbaar register maakt het voor ICS niet redelijkerwijs kenbaar. De dagvaarding is niet nietig ondanks het gebruik van een afgeschermd adres.
De rechter oordeelt dat de rechtshandeling van [X], het sluiten van de creditcardovereenkomst, rechtsgeldig is verricht en dat de bewindvoerster gehouden is de betalingsverplichtingen na te komen. De vordering van ICS wordt toegewezen, inclusief rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Bewindvoerster wordt veroordeeld tot betaling van € 4.108,59 met rente en proceskosten.