Eiseres, houder van kinderopvangplaatsen, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het opvangen van meer kinderen dan geregistreerd en op een niet-geregistreerde locatie. De boete was gebaseerd op een inspectierapport van medewerkers van de GGD Limburg-Noord.
In beroep stelde eiseres dat het inspectierapport niet rechtsgeldig was omdat de directeur van de GGD niet formeel als toezichthouder was aangewezen, waardoor geen mandatering aan inspecteurs mogelijk was. De rechtbank bevestigde dat het aanwijzingsbesluit ontbrak en dat dit gebrek niet met terugwerkende kracht kon worden hersteld of gepasseerd.
De rechtbank oordeelde dat het inspectierapport daarom niet als grondslag voor de boete kon dienen. Hierdoor verviel de basis voor de boeteoplegging en werd het bestreden besluit vernietigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De uitspraak benadrukt het belang van een correcte aanwijzing van toezichthouders bij bestuursrechtelijke handhaving en bevestigt dat bevoegdheidsgebreken niet altijd met terugwerkende kracht kunnen worden hersteld.