ECLI:NL:RBLIM:2017:12531
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen last onder dwangsom voor verwijderen schepen in strijd met bestemmingsplan
Verzoeker exploiteert een bergingsbedrijf en had schepen afgemeerd aan de Maasboulevard, wat in strijd is met het bestemmingsplan en de milieuvergunning. Verweerder legde een last onder dwangsom op om de schepen te verwijderen en naar de inrichting te verplaatsen. Verzoeker betoogde dat door de ligging van een jachthaven het praktisch onmogelijk is de schepen bij zijn inrichting af te meren en dat er sprake is van een gedoogde situatie en gewoonterecht.
De voorzieningenrechter stelde vast dat de overtreding niet is bestreden en dat verweerder een beginselplicht tot handhaving heeft. Er was geen concreet zicht op legalisatie, geen vergunningaanvraag ingediend en geen bijzondere omstandigheden die handhaving zouden verhinderen. Het beroep op gewoonterecht en belangen van verzoeker werden verworpen, evenals het argument van onevenredigheid.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het handhavend optreden niet onevenredig is en dat verzoeker binnen twee weken na verzending van de uitspraak aan de last moet voldoen. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen en verzoeker krijgt twee weken om aan de last onder dwangsom te voldoen.