ECLI:NL:RVS:2013:2168
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving gebruik bedrijfswoning in strijd met bestemmingsplan op bedrijventerrein
Het college van burgemeester en wethouders van Someren legde aan appellant op 3 augustus 2011 een last onder dwangsom op om het gebruik van een woning als bedrijfswoning te staken, omdat het gebruik in strijd zou zijn met het bestemmingsplan. Appellant voerde aan dat de woning niet als burgerwoning in gebruik was en dat het gebruik niet in strijd was met het bestemmingsplan, mede omdat hij een bedrijf exploiteerde en er sprake was van bijzondere omstandigheden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het bestemmingsplan het gebruik van de bedrijfswoning ten dienste van het bedrijf voorschrijft en dat bewoning zonder relatie met het bedrijf strijdig is met de bestemming. Het college had geen concreet zicht op legalisering en het handhavend optreden was niet onevenredig.
De Afdeling verwierp de stellingen van appellant over gelijkheidsbeginsel en bijzondere omstandigheden, waaronder de economische crisis en persoonlijke omstandigheden, omdat deze onvoldoende waren toegelicht en niet opwegen tegen het algemeen belang van handhaving.
De Raad van State bevestigt de aangevallen uitspraken en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de handhaving van het gebruik van de bedrijfswoning in strijd met het bestemmingsplan bevestigd.