Uitspraak
4.Bij de beoordeling van het beroep zijn de volgende bepalingen van belang.
7.Over de fraude overweegt de rechtbank het volgende.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 168,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990,-.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2017.