ECLI:NL:RBLIM:2017:1879

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
1 maart 2017
Publicatiedatum
1 maart 2017
Zaaknummer
04 5423060 CV16-9648
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verplicht eigen risico geldt ook voor verzekerden met Verdragspolis

De zaak betreft een geschil tussen de zorgverzekeraar CZ en een verzekerde die geregistreerd staat onder een Verdragspolis. CZ vordert betaling van een eigen risico voor medische behandelingen in Nederland, terwijl de verzekerde betwist dat dit eigen risico van toepassing is omdat zijn Belgische zorgverzekeraar geen eigen risico kent.

De verzekerde heeft in de periode oktober tot december 2015 chirurgische behandelingen ondergaan en medicijnen ontvangen, waarvoor CZ het eigen risico in rekening brengt. De verzekerde vordert tevens een overzicht van alle betalingen sinds 2008 en een vergoeding voor een vakantiedag.

De kantonrechter oordeelt dat het verplichte eigen risico in Nederland geldt voor iedereen vanaf 18 jaar, inclusief verzekerden met een Verdragspolis. CZ heeft de kosten en het eigen risico duidelijk gespecificeerd in de factuur en correspondentie. De vordering tot betaling van het eigen risico wordt toegewezen, evenals de buitengerechtelijke incassokosten.

Daarnaast wordt CZ veroordeeld om een overzicht te verstrekken van de door de verzekerde verrichte betalingen vanaf 1 januari 2015 tot 11 oktober 2016. De proceskosten worden verdeeld, waarbij de verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van de kosten aan CZ en CZ tot betaling van de kosten aan de verzekerde voor de reconventie.

Uitkomst: De verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van het eigen risico en CZ tot het verstrekken van betalingsoverzichten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 5423060 \ CV EXPL 16-9648
Vonnis van de kantonrechter van 1 maart 2017
in de zaak van:
de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE WAARBORGMAATSCHAPPIJ CENTRALE ZORGVERZEKERAARS GROEP, ZORGVERZEKERAAR U.A.,
gevestigd te Tilburg,
eisende partij in conventie, verweerder in reconventie,
verder te noemen CZ,
gemachtigde GGN Mastering Credit N.V.,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres gedaagde] ,
[woonplaats gedaagde] ,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
verder te noemen [gedaagde] ,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding;
  • de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie;
  • de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens houdende wijziging van eis in reconventie;
  • de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Een Verdragspolis is een polis waarop men recht heeft als men Nederlandse ingezetene is en aanspraak heeft op medische zorg ten laste van een lidstaat van de EU, EER, Zwitserland of een Verdragsland. Dit is het geval wanneer men in Nederland woont en inkomsten krijgt uit het buitenland.
2.2.
Middels de Verdragspolis kan [gedaagde] zorg krijgen in Nederland en in het land waar hij verzekerd is (via zijn buitenlandse zorgverzekering). De kosten van medische zorg uit de Verdragspolis (Nederland) brengt CZ vervolgens in rekening bij de zorgverzekeraar waar men in het buitenland verzekerd is. De Verdragspolis is premievrij, nu reeds voor de verzekering in het buitenland premie wordt betaald. Een eventuele aanvullende verzekering is niet premievrij.
2.3.
CZ is door de overheid aangewezen als enige uitvoerder van de Verdragspolis.
2.4.
[gedaagde] is geregistreerd in een zogenaamde Verdragspolis.

3.Het geschil in conventie en in reconventie

3.1.
CZ vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 384,04, vermeerderd met rente en kosten en voert verweer tegen de vordering in reconventie.
3.2.
Aan haar vordering legt CZ ten grondslag de rekening eigen risico van 17 april 2016 ten bedrage van € 331,31. [gedaagde] heeft in de periode 1 oktober 2015 tot en met 25 december 2015 een chirurgische behandeling ondergaan in het Zuyderland Medisch Centrum en op 13 maart 2016 zijn door Apotheek Smits geneesmiddelen ten behoeve van [gedaagde] verstrekt. Het voor rekening van [gedaagde] komend eigen risico is bij factuur van 17 april 2016 bij [gedaagde] in rekening gebracht.
3.3.
[gedaagde] vordert – samengevat – veroordeling van CZ tot het verstrekken van een correcte onderbouwing in een overzicht van alle, sinds 1 juni 2008 door of namens [gedaagde] verrichte betalingen zowel aan zorgverleners als de aan Euromut en/of DKV in rekening gebrachte kosten. Tevens vordert [gedaagde] CZ te veroordelen tot betaling aan [gedaagde] van € 385,71, dit als vergoeding voor het opnemen van een vakantiedag voor het voeren van verweer in deze. Tegen de vordering in conventie voert [gedaagde] verweer.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling in conventie en in reconventie

in conventie
4.1.
CZ vordert een bedrag ter zake eigen risico van [gedaagde] . [gedaagde] is het niet eens met de term “eigen risico”, nu de Belgische zorgverzekeraar geen eigen risico kent en dit op grond van de door CZ gestuurde overzichten ook niet vergoedt. De bedragen en de onderliggende behandelingen/verstrekkingen worden door [gedaagde] niet betwist.
4.2.
De kantonrechter overweegt als volgt.
Iedereen van 18 jaar of ouder heeft in Nederland een verplicht eigen risico. Dit heeft de overheid bepaald en dit geldt ook voor de geregistreerden in een Verdragspolis. In 2015 was dit eigen risico € 375,00 en in 2016 € 385,00 per persoon per jaar.
CZ brengt dit eigen risico bij [gedaagde] in rekening middels brieven zoals de brief die op 17 april 2016 (productie 3 bij conclusie van repliek) aan [gedaagde] is toegezonden. Naar het oordeel van de kantonrechter laat deze brief aan duidelijkheid niets te wensen over. Op pagina 3 (van 4) is een overzicht opgenomen van de door [gedaagde] ontvangen behandeling(en) en medicijnen en zijn de totaalbedragen van de behandeling(en) en verstrekkingen vermeld. In dat overzicht is vervolgens vermeld welk bedrag door CZ wordt vergoed en welk bedrag is aan te merken als verplicht eigen risico. Dit bedrag wordt middels factuur (met aangehechte acceptgiro), pagina 4 (van 4) bij [gedaagde] in rekening gebracht. Uit het vorenstaande volgt dat [gedaagde] dit bedrag dient te voldoen, ongeacht de vraag of hij hiervoor van zijn Belgische verzekering dekking krijgt of niet.
Overigens merkt de kantonrechter op dat uit voornoemd overzicht ook duidelijk blijkt welke posten niet zijn vergoed (omdat ze onder het eigen risico vallen). Indien de Belgische verzekeraar dus wil weten wat er eventueel door haar nog vergoed moet worden hoeft ze daar maar naar te kijken. Onduidelijk is dat niet. Maar zoals al opgemerkt, dat is geen kwestie die CZ aangaat.
Nu de bedragen als zodanig niet door [gedaagde] worden betwist, dient de vordering inclusief rente aan CZ te worden toegewezen.
4.3.
CZ maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden.
CZ heeft aan de [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, terwijl het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten overeen komt met het in het Besluit bepaalde tarief. De gevorderde buitengerechtelijke kosten dienen daarom te worden toegewezen.
4.4.
De kantonrechter acht geen termen aanwezig [gedaagde] toe te laten tot nadere bewijslevering.
4.5.
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van CZ worden begroot op:
  • dagvaarding € 97,73
  • griffierecht 117,00
  • salaris gemachtigde conventie
totaal € 334,73
in reconventie
4.6.
Lopende de procedure heeft CZ overzichten van alle sinds 1 juni 2008 tot en met 31 december 2014 door of namens [gedaagde] verrichtte betalingen aan [gedaagde] toegezonden. Bij conclusie van repliek in reconventie wijzigt/specificeert [gedaagde] zijn vordering, in die zin dat hij vordert aan hem te verstrekken een overzicht van alle sinds 1 juni 2008 tot en met 11 oktober 2016 door of namens [gedaagde] verrichtte betalingen. Bij conclusie van dupliek in reconventie stelt CZ inmiddels ook overzichten over de ontbrekende periodes aan [gedaagde] te hebben toegezonden. Nu [gedaagde] hierop niet meer heeft kunnen reageren zal de kantonrechter CZ veroordelen tot het verstrekken van de door gedaagde partij bedoelde overzichten vanaf 1 januari 2015 tot 11 oktober 2016, voor zover CZ dit niet reeds heeft gedaan.
4.7.
Op grond van het door [gedaagde] aangevoerde ziet de kantonrechter geen reden om bij de proceskostenveroordeling af te wijken van het ter zake geldende beleid. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op € 30,00.

5.De beslissing in conventie en in reconventie

De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan CZ te betalen een bedrag van € 384,04, vermeerderd met de wettelijke rente over € 331,31 vanaf 30 september 2016 tot aan de voldoening,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten aan de zijde van CZ gevallen en tot op heden begroot op € 334,73,
5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
5.5.
veroordeelt CZ – voor zover CZ niet reeds aan deze veroordeling heeft voldaan – om aan [gedaagde] te verstrekken een onderbouwd overzicht van alle sinds 1 januari 2015 tot 11 oktober 2016 door of namens [gedaagde] verrichte betalingen,
5.6.
veroordeelt CZ in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen en tot op heden begroot op € 30,00,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A.J. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken.
type: ksf
coll: no