De kantonrechter behandelde een vordering van een voormalig administratief medewerkster tegen haar werkgever Armada Works B.V. wegens niet-betaald loon en vakantiebijslag na het einde van haar arbeidsovereenkomst.
De arbeidsovereenkomst liep van 1 mei 2012 tot 30 juni 2014, waarbij de werknemer vanaf 15 oktober 2013 geen loon meer ontving. Ondanks meerdere aanmaningen bleef Armada in gebreke met betaling. Armada voerde onder meer verjaring aan en stelde dat te veel loon was betaald en verrekend moest worden, alsmede dat de werknemer zonder toestemming nevenwerkzaamheden had verricht.
De rechter verwierp het verjaringverweer omdat de vordering binnen de wettelijke termijn was ingesteld. Het verweer van te veel betaald loon en verrekening was inconsistent en onvoldoende onderbouwd. Ook het boeteverweer wegens nevenwerkzaamheden werd afgewezen wegens schending van de procesorde. De kantonrechter wees de vordering toe, inclusief wettelijke verhoging wegens te late betaling, maar wees buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
Armada werd veroordeeld tot betaling van € 12.492,15, proceskosten en na-veroordeling bij niet-nakoming binnen twee weken. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.