De werknemer is sinds 2001 in dienst bij de werkgever en is gebonden aan een concurrentiebeding dat onder meer een verbod inhoudt om binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband binnen een straal van 50 kilometer voor een concurrerende onderneming te werken.
De werknemer werd benaderd door een concurrerend bedrijf binnen die straal, waarna de werkgever een verbod vorderde om daar te werken. De kantonrechter stelde vast dat het concurrentiebeding een standaardbeding is dat ook aan andere werknemers wordt opgelegd, maar dat de werkgever het beding niet consequent handhaaft. De werknemer stelde dat het beding misbruikt wordt om hem onredelijk aan de werkgever te binden.
De werkgever kon niet aantonen dat de werknemer over bedrijfsgeheimen beschikte of dat er bijzondere investeringen waren gedaan. De kantonrechter oordeelde dat het concurrentiebeding daarom in strijd is met het goed werkgeverschap en de vrijheid van arbeidskeuze en vernietigde het beding. De vordering van de werkgever tot handhaving werd afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.