ECLI:NL:GHARN:2007:BB0617
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Kuiper
- Jongbloed
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen concurrentiebeding wegens onbillijke benadeling werknemer
De werknemer trad in 2002 in dienst bij Suplacon en ondertekende een concurrentiebeding dat hem verbood om binnen twee jaar na beëindiging van het dienstverband bij concurrerende bedrijven te werken. Na opzegging van zijn arbeidsovereenkomst door de werknemer, wilde hij in dienst treden bij een concurrent, waarna Suplacon handhaving van het concurrentiebeding vorderde.
In eerste aanleg wees de voorzieningenrechter de vordering van de werknemer af. In hoger beroep stelde het hof vast dat het concurrentiebeding schriftelijk overeengekomen was en duidelijk geformuleerd, maar dat de belangenafweging in het voordeel van de werknemer uitviel. Het hof oordeelde dat het beding de werknemer onbillijk benadeelde, mede omdat Suplacon onvoldoende belang had bij handhaving gezien de krappe arbeidsmarkt en het ontbreken van bijzondere bedrijfsgeheimen.
Het hof bepaalde dat Suplacon de contractuele boete niet mocht opeisen totdat de bodemrechter een definitief oordeel geeft. Tevens werd Suplacon veroordeeld in de proceskosten. Het arrest vernietigde het vonnis van 18 april 2007 van de voorzieningenrechter en gaf de gevorderde voorlopige voorzieningen aan de werknemer toe.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de werkgever de contractuele boete niet kan opeisen totdat de bodemrechter anders beslist en veroordeelt de werkgever in de proceskosten.