Eiser diende een verzoek om planschadevergoeding in vanwege het vervallen van de woonbestemming van een pand door het bestemmingsplan Kernen Roerdalen. Verweerder kende aanvankelijk een vergoeding van €2.850 toe, maar herzag dit besluit in bezwaar en verklaarde de vergoeding onterecht, omdat bewoning van de bovenverdieping volgens hem niet in strijd was met het bestemmingsplan.
Eiser stelde dat de herziening van het besluit een ongeoorloofde verslechtering van zijn positie (reformatio in peius) betekende, omdat hij door het bezwaar geen planologisch voordeel had verkregen dat de intrekking van de vergoeding zou kunnen compenseren. De rechtbank oordeelde dat de heroverweging inderdaad leidde tot een ongunstiger resultaat zonder rechtvaardiging, mede omdat eiser niet te verwijten viel dat hij planschade op een onjuiste grond had aangevraagd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en verklaarde het bezwaar ongegrond, waarmee het primaire besluit met de vergoeding van €2.850 werd bevestigd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiser. De rechtbank wees erop dat de bovenverdieping gebruikt mag worden voor bewoning en dat er daardoor geen sprake is van planschade.