Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 april 2017 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats 1] , eiseres
[naam 2], te [woonplaats 2] , gemeente Valkenburg aan de Geul
Procesverloop
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Overwegingen
26 maart 2008. Op 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden en is de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) ingetrokken. Op grond van de Invoeringswet Wro blijft op aanvragen die zijn ingediend vóór 1 juli 2008 de WRO van toepassing. Bij de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wro op 1 juli 2008 zijn voorts enkele bepalingen van de Woningwet gewijzigd. In artikel 9.5.1 van de Invoeringswet Wro is bepaald dat de Woningwet zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van de Wro van toepassing blijft ten aanzien van een besluit omtrent een bouwvergunning als bedoeld in artikel 40 van Pro de Woningwet waarvan de aanvraag is binnengekomen voor dat tijdstip.
.Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aanvraagster ter zitting heeft gesteld en toegelicht dat de gronden waarop het bouwplan is voorzien in eigendom zullen komen van aanvraagster, op het moment dat de bestuursrechtelijke procedures over het bouwplan zijn afgerond en de bouwvergunning onherroepelijk is.
3 maart 2009 uiteengezet dat het bouwplan is getoetst aan de criteria als vermeld in de welstandsnota 2004 van de gemeente Valkenburg aan de Geul en dat het bouwplan voldoet aan deze criteria mits de trap naar de technische ruimte komt te vervallen en het aantal dakramen wordt beperkt tot twee. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich bij zijn besluitvorming omtrent de welstand in redelijkheid op het door de welstands- en monumentencommissie uitgebrachte welstandsadvies heeft mogen baseren. Niet gebleken is dat het advies van de commissie niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand is gekomen dan wel anderszins naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, waardoor geoordeeld zou moeten worden dat verweerder dit advies niet aan zijn besluit ten grondslag mocht leggen. Voorts zijn er geen stukken overgelegd, zoals een (tegen)advies van een deskundige, die de rechtbank heeft doen twijfelen over de juistheid van verweerders standpunt hierover. De stelling van eiseres dat ten onrechte is getoetst aan de welstandsnota 2004, aangezien deze ten tijde van de aanvraag in 2008 nog niet gepubliceerd was, volgt de rechtbank niet. Niet in geschil is dat de welstandsnota is gepubliceerd in april 2008 en ten tijde van de totstandkoming van het welstandsadvies het geldende kader was. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat had moeten worden getoetst aan de welstandsnota zoals deze gold ten tijde van het indienen van de aanvraag.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 april 2017.