Uitspraak
8.Het wettelijke kader luidt als volgt.
10.De rechtbank overweegt als volgt.
19.Het beroep van eiser is ongegrond.
20.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2017.
Rechtbank Limburg
Eiser, werkzaam als ambulancechauffeur bij de GGD Zuid Limburg, werd op 5 januari 2016 met onmiddellijke ingang onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim. Dit volgde op een klacht van een patiënt en diens echtgenote over het niet handsfree bellen en sms'en tijdens een rit naar het Academisch Ziekenhuis Maastricht. Verweerder stelde dat eiser willens en wetens de veiligheid van de in de ambulance aanwezige personen in gevaar bracht.
Eiser maakte bezwaar tegen het ontslag en stelde dat het strafontslag onevenredig was, mede omdat hij al met functioneel leeftijdsontslag was en niet meer werkzaam was. De Commissie voor de bezwaarschriften en de voorzieningenrechter oordeelden dat het ontslag disproportioneel was, maar verweerder handhaafde het besluit. De rechtbank stelde vast dat eiser de meeste gedragingen erkende, behalve het bijna raken van de vangrail, waarvoor onvoldoende bewijs was.
De rechtbank oordeelde dat het plichtsverzuim zeer ernstig was en dat het strafontslag gezien de publieke functie en de aard van de overtredingen niet onevenredig was. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat geen vergelijkbare gevallen waren gebleken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het strafontslag.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk strafontslag bevestigd.