ECLI:NL:RBLIM:2017:4910

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 mei 2017
Publicatiedatum
30 mei 2017
Zaaknummer
03/700576-15
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 14a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf bij niet-naleving bijzondere voorwaarden

De rechtbank Limburg behandelde op 30 mei 2017 een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan één maand voorwaardelijk was opgelegd bij een eerder onherroepelijk vonnis van september 2016.

De veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden waaronder hij verplicht was deel te nemen aan een behandelaanbod van het Regionaal Autismecentrum, zich te houden aan een drugsverbod en een contactverbod met zijn ouders. De reclasseringswerker adviseerde dan ook tot tenuitvoerlegging vanwege het niet naleven van deze voorwaarden en het gebrek aan motivatie van de veroordeelde.

De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde reeds 289 dagen in voorlopige hechtenis had doorgebracht, wat 139 dagen langer was dan het onvoorwaardelijke deel van zijn straf. Gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad betekent dit dat het bevel tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel feitelijk geen uitvoering kan krijgen.

De rechtbank gelastte daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf met aftrek van de voorlopige hechtenis, maar gaf aan dat feitelijk geen uitvoering aan het bevel zal worden gegeven. De veroordeelde was niet aanwezig tijdens de zitting en werd bijgestaan door zijn advocaat.

Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis, maar geeft feitelijk geen uitvoering aan het bevel.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
[jw.sys.1.rolnummer]Strafrecht
Parketnummer : 03/700576-15 (vtvv)
Datum uitspraak : 30 mei 2017
Beslissing van de meervoudige kamer op een vordering van de officier van justitie in het arrondissement Limburg
De vordering houdt in dat de rechtbank de tenuitvoerlegging zal gelasten van de straf voor zover deze voorwaardelijk is opgelegd bij het onherroepelijke vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken in de rechtbank Limburg, locatie Maastricht d.d. 13 september 2016 met parketnummer 03/700576-15.
Bij dit vonnis is
[naam verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens verdachte] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] ,
hierna te noemen: de veroordeelde,
veroordeeld tot - voor zover hier relevant - een gevangenisstraf van 6 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van Pro het Wetboek van Strafrecht, met de bepaling dat een deel van deze straf, groot 1 maand, niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond van het niet naleven van de algemene dan wel de bijzondere voorwaarden. De bijzondere voorwaarden houden in dat de veroordeelde gedurende de proeftijd van twee jaren:
- zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering, ook indien dat inhoudt:
1. dat veroordeelde verplicht wordt om zich te houden aan het behandelaanbod van de psychiater van het Regionaal Autismecentrum of aan het behandelaanbod van een forensisch psychiatrische polikliniek, zolang de behandelaars in overleg met de reclassering dit noodzakelijk achten;
2. dat veroordeelde verplicht wordt om te verblijven binnen de 24-uurs woonvoorziening van het Regionaal Autismecentrum (beschermd wonen) of een soortgelijke instelling, zulks ter beoordeling van de reclassering en verplicht wordt zich te houden aan het (dag-)programma, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
3. drugsverbod: het is veroordeelde verboden om (soft)drugs te gebruiken, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Door middel van urinecontroles mag gecontroleerd worden of veroordeelde drugs heeft gebruikt;
4. contactverbod: het is veroordeelde verboden om contact te (laten) leggen met zijn ouders gedurende een periode van maximaal 1 jaar, of zoveel korter als de reclassering verantwoord acht;
5. dat veroordeelde zich gedurende door de reclassering bepaalde perioden blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
De veroordeelde, niet ter terechtzitting aanwezig, wordt bijgestaan door mr. I. Daemen, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.

1.Het onderzoek van de zaak

De rechtbank heeft de vordering behandeld tijdens de openbare terechtzitting van 16 mei 2017.
Ter terechtzitting zijn de officier van justitie en de raadsvrouw gehoord. De veroordeelde is niet ter terechtzitting verschenen, hoewel hij daartoe behoorlijk is opgeroepen.
Namens de reclassering is als deskundige ter terechtzitting N.A.A. van Veggel, reclasseringswerker, gehoord.

2.De beoordeling

2.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de voorwaardelijke gevangenisstraf, groot een maand.
2.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht de vordering af te wijzen.
2.3
Het standpunt van de reclasseringswerker
De reclasseringswerker heeft bij “Advies aan opdrachtgever toezicht” van 29 maart 2017 geadviseerd over te gaan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel, omdat de veroordeelde zich – in weerwil van de gestelde bijzondere voorwaarden – niet heeft gehouden aan het drugsverbod en de verplichting tot het volgen van een dagprogramma van het Regionaal Autismecentrum. Ter terechtzitting heeft de reclasseringswerker aangegeven dit standpunt te handhaven. Zij heeft daarbij in aanvulling op de adviezen naar voren gebracht dat er veel inspanningen zijn verricht om de veroordeelde te begeleiden en te behandelen, maar dat de mogelijkheden daartoe inmiddels zijn uitgeput, omdat de veroordeelde niet meer gemotiveerd is om zich aan afspraken en aanwijzingen te houden. Daarbij zijn de grenzen in zicht gekomen van de verantwoordelijkheid die de reclassering kan en wil dragen.
2.4
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is op grond van het advies van de reclassering van 29 maart 2017 en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat de veroordeelde de bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.
Het is de rechtbank bekend dat veroordeelde voor de onderhavige zaak 289 dagen in voorlopige hechtenis heeft verbleven. Dit brengt met zich dat de periode die veroordeelde in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht 139 dagen langer is dan het onvoorwaardelijke deel van zijn straf (150 dagen). De rechtbank is van oordeel dat dit restant van 139 dagen voorlopige hechtenis in mindering moet worden gebracht op de gevangenisstraf waarvan de rechtbank de tenuitvoerlegging (als gevangenisstraf) zal gelasten. Deze beslissing is in overeenstemming met hetgeen de Hoge Raad in zijn arrest van 17 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:462 heeft bepaald. De Hoge Raad overweegt in dat arrest dat het bevel tot aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sr Pro ook ziet op de gevangenisstraf ten aanzien waarvan de rechter met toepassing van artikel 14a Sr heeft bepaald dat die straf of een gedeelte daarvan onder voorwaarden niet zal worden tenuitvoergelegd.
In het onderhavige geval – waarin de gezamenlijke duur van het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf en het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf, waarvan de tenuitvoerlegging is gelast, korter is dan de duur van het reeds ondergane voorarrest – brengt dit mee dat aan het bevel tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf van een maand feitelijk geen uitvoering kan worden gegeven.

3.De beslissing

De rechtbank gelast dat de voorwaardelijk opgelegde straf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand alsnog ten uitvoer zal worden gelegd met aftrek overeenkomstig hetgeen hierboven onder 2.4 is overwogen.
Deze beslissing is gegeven door mr. drs. E.C.M. Hurkens, voorzitter, mr. W.L.J. Voogt en mr. M.J.M. Goessen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting van 30 mei 2017.
Buiten staat
Mr. W.L.J. Voogt is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
parketnummer: 03/700576-15 (vtvv)
Proces-verbaal van de openbare zitting van 30 mei 2017 in de zaak tegen:
[naam verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens verdachte] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] ,
hierna te noemen: de veroordeelde.
Raadsvrouw is mr. I. Daemen, advocaat, kantoorhoudende te Maastricht.
Tegenwoordig:
mr. , rechter,
mr. , officier van justitie,
, griffier.
De rechter doet de zaak uitroepen.
De veroordeelde is wel/niet in de zittingzaal aanwezig.
De rechter spreekt de beslissing uit.
Dit proces-verbaal is vastgesteld en ondertekend door de rechter en de griffier.