ECLI:NL:RBLIM:2017:4910
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf bij niet-naleving bijzondere voorwaarden
De rechtbank Limburg behandelde op 30 mei 2017 een vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan één maand voorwaardelijk was opgelegd bij een eerder onherroepelijk vonnis van september 2016.
De veroordeelde had zich niet gehouden aan de bijzondere voorwaarden waaronder hij verplicht was deel te nemen aan een behandelaanbod van het Regionaal Autismecentrum, zich te houden aan een drugsverbod en een contactverbod met zijn ouders. De reclasseringswerker adviseerde dan ook tot tenuitvoerlegging vanwege het niet naleven van deze voorwaarden en het gebrek aan motivatie van de veroordeelde.
De rechtbank stelde vast dat de veroordeelde reeds 289 dagen in voorlopige hechtenis had doorgebracht, wat 139 dagen langer was dan het onvoorwaardelijke deel van zijn straf. Gezien de jurisprudentie van de Hoge Raad betekent dit dat het bevel tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel feitelijk geen uitvoering kan krijgen.
De rechtbank gelastte daarom de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf met aftrek van de voorlopige hechtenis, maar gaf aan dat feitelijk geen uitvoering aan het bevel zal worden gegeven. De veroordeelde was niet aanwezig tijdens de zitting en werd bijgestaan door zijn advocaat.
Uitkomst: De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis, maar geeft feitelijk geen uitvoering aan het bevel.