Eiseres, alleenstaand en woonachtig in een appartement, ervaart ernstige geluidsoverlast en lijdt aan tinnitus en hyperacusis met psychosociale impact. Zij vroeg een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten aan op grond van de Wmo. Het primaire besluit van de gemeente Valkenburg aan de Geul wees deze aanvraag af, maar na bezwaar werd een vaste vergoeding van € 1.540,- toegekend onder de voorwaarde dat de verhuizing plaatsvindt naar een woning met zo min mogelijk geluidsoverlast.
Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit omdat de vergoeding gebaseerd was op een bepaling in het gemeentelijke Besluit die volgens haar in strijd is met de Wmo 2015. De rechtbank oordeelde dat de Wmo 2015 slechts twee verstrekkingsvormen kent: verstrekking in natura of een persoonsgebonden budget, en dat de financiële tegemoetkoming als verstrekkingsvorm is vervallen. De gemeente had onvoldoende onderzoek verricht naar welke activiteiten eiseres zelf, haar netwerk of vrijwilligers kunnen verrichten en welke kosten daadwerkelijk vergoed moeten worden.
De rechtbank verklaarde artikel 9, derde lid, van het Besluit onverbindend wegens strijd met de Wmo 2015 en vernietigde het bestreden besluit. De gemeente werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.