ECLI:NL:CRVB:2015:2700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.F. Wagner
- G. van Zeben-de Vries
- D. de Vries
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over afwijzing woonvoorzieningen en herhaalde aanvraag onder Wmo
Appellante, geboren in 1945 en woonachtig in een eengezinswoning, vroeg bij het college van Rotterdam woonvoorzieningen aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), waaronder het verwijderen van een douchebak en het plaatsen van een traplift. Het college wees beide aanvragen af, waarbij het college bij de afwijzing van de douchebakaanvraag stelde dat appellante zelf financiële middelen had kunnen reserveren voor de voorziening. Ook werd de trapliftaanvraag als een herhaalde aanvraag aangemerkt en afgewezen.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond, waarbij zij het college volgde in de uitleg van de verordening en de toepassing van artikel 4:6 Awb Pro. In hoger beroep betoogde appellante dat de rechtbank ten onrechte een reserveringsverplichting aannam en dat de trapliftaanvraag onterecht als herhaald werd beschouwd.
De Raad oordeelt dat het college onterecht een reserveringsverplichting heeft opgelegd, omdat de Wmo en de daarbij behorende bepalingen geen ruimte bieden voor financiële voorwaarden naast de wettelijk geregelde bijdragen. Voorts is de trapliftaanvraag geen herhaalde aanvraag, omdat deze een andere voorziening betreft dan de eerdere aanvraag voor het verwijderen van de douchebak. De Raad vernietigt beide uitspraken en draagt het college op de gebreken in de besluiten te herstellen en inhoudelijk te beslissen, met inachtneming van de compensatieplicht en zonder onrechtmatige financiële voorwaarden.
Uitkomst: De Raad vernietigt de bestreden besluiten en draagt het college op deze te herstellen en inhoudelijk te beslissen zonder reserveringsverplichting en onterecht aangemerkte herhaalde aanvraag.