De gecertificeerde instelling (GI) heeft verzocht om wijziging van de omgangsregeling die op 4 juli 2017 door de kinderrechter was vastgesteld, omdat deze regeling logistiek niet uitvoerbaar bleek. De GI onderbouwde dit met verklaringen van pleegzorginstanties en benadrukte het belang van een veilige, begeleide omgang in het belang van de kinderen.
De moeder betwistte de ontvankelijkheid van het verzoek en stelde dat de GI hoger beroep had moeten instellen tegen de oorspronkelijke beschikking. Zij benadrukte dat er geen gewijzigde omstandigheden waren en dat de kinderrechter zorgvuldig had beslist.
De kinderrechter oordeelde dat de GI ontvankelijk was op grond van analoge toepassing van artikel 1:265g lid 2 BW, gezien de logistieke problemen die ten tijde van de oorspronkelijke beschikking niet bekend waren. De omgangsregeling werd gewijzigd zodat er begeleide omgang plaatsvindt op vijf specifieke data in Utrecht, met een evaluatiezitting gepland op 1 november 2017. De kinderrechter deed een dringend beroep op GI en moeder om in het belang van de kinderen samen te werken.