Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 september 2017 in de zaken tussen
[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leudal, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Wij verzoeken uw College dan ook bij dezen formeel alsnog uw belofte na te komen en in afwijking van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning te verlenen voor de huisvesting van maximaal 375 arbeidsmigranten in de fasen 1A en 1B voor een periode van 10 jaar.”.
(ECLI:NL:RVS:2013:BZ1684), alsmede in de uitspraken van 4 mei 2010
(ECLI:NL:RVS:2010:BM3260)en van 13 februari 2008
(ECLI:NL:RVS:2008: BC4253), betekent de enkele omstandigheid dat een betrokkene niet het formulier heeft gebruikt als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Bor, niet dat geen sprake kan zijn van een aanvraag om omgevingsvergunning. Uit voornoemde uitspraken volgt tevens dat een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen pas als een aanvraag moet worden beschouwd indien het verzoek voldoende concreet is en gericht is tot het bevoegde gezag.
gehelebrief het betoog duidelijk in de richting gaat van de aanvraag en de redenen daarvoor. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan te nemen dat eiseres heeft getracht verweerder op het verkeerde been te zetten.
Beslissing
- verklaart het beroep tegen het niet tijdig bekend maken van een beschikking van rechtswege niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 12 april 2017 gegrond;
- vernietigt het besluit van 12 april 2017;
- stelt de hoogte van de door verweerder verschuldigde dwangsom vast op
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom verbeurt voor elke dag waarmee het de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom € 100,= bedraagt, met een maximum van € 15.000,=;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 992,=.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2017.