ECLI:NL:RVS:2013:BZ1684
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling omgevingsvergunning van rechtswege voor bedrijfswoning in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Putten legde op 25 augustus 2011 aan appellant sub 1 een dwangsom op en beval dat de bewoning van de bedrijfswoning op het perceel te Putten moest worden teruggebracht tot één huishouden. Appellant sub 1 had in een bezwaarschrift van 21 september 2011 verzocht om een vrijstelling van het bestemmingsplan, wat door het college niet als een aanvraag om een omgevingsvergunning werd beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant sub 1 tegen het uitblijven van de bekendmaking van een omgevingsvergunning van rechtswege niet-ontvankelijk. Zowel appellant als het college stelden hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het bezwaarschrift van appellant sub 1 wel degelijk als een aanvraag om een omgevingsvergunning moet worden gezien, en dat het college ten onrechte niet binnen de wettelijke termijn op deze aanvraag had beslist.
Daarmee is de omgevingsvergunning van rechtswege verleend. Het college is veroordeeld tot het bekendmaken van deze vergunning binnen twee weken na de uitspraak en tot betaling van een dwangsom van €1.260 vanwege het uitblijven van tijdige bekendmaking. Tevens is het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant sub 1. Het hoger beroep van het college werd ongegrond verklaard, dat van appellant sub 1 gegrond.
Uitkomst: De Afdeling verklaart dat de omgevingsvergunning van rechtswege is verleend en beveelt het college tot bekendmaking binnen twee weken, met oplegging van dwangsommen en vergoeding van proceskosten.