ECLI:NL:RBLIM:2018:10339
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.M.M. Kleijkers
- L.M.J.A. barones van Hövell tot Westerflier-Dassen
- J.M.E. Kessels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen gedoogbeschikking huisvesting vleeskuikens en ongegrondverklaring bezwaar handhaving
Bij besluit van 6 juni 2016 gaf de gemeente Nederweert een gedoogbeschikking af voor het huisvesten van 41.513 vleeskuikens in bestaande stallen aan een adres te Leveroy. Tegelijkertijd wees de gemeente een verzoek van eisers om handhavend op te treden tegen deze inrichting af. Eisers maakten bezwaar tegen deze besluiten, waarop de gemeente deels ongegrond en deels gegrond verklaarde, en legde een last onder dwangsom op aan de derde-partij.
Eisers stelden beroep in tegen het bestreden besluit. De rechtbank hield op 22 februari 2018 een zitting, waarbij partijen en de derde-partij aanwezig waren. De rechtbank overwoog dat de gedoogbeschikking geldig was tot de inwerkingtreding van een omgevingsvergunning die op 16 mei 2017 werd verleend en zes weken later in werking trad. Hierdoor was de gedoogbeschikking op het moment van uitspraak niet langer van kracht, waardoor het beroep tegen de gedoogbeschikking niet-ontvankelijk was wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.
Wat betreft het beroep tegen de afwijzing van handhaving stelde de rechtbank vast dat ten tijde van het bestreden besluit de gedoogbeschikking nog van kracht was. Daardoor was er geen sprake van een overtreding en was de gemeente niet bevoegd tot verdergaand handhavend optreden dan reeds gedaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De rechtbank wees een proceskostenveroordeling af en wees partijen op de mogelijkheid van hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de gedoogbeschikking is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de afwijzing van handhaving is ongegrond verklaard.