Uitspraak
Datum uitspraak: 6 november 2019
BESTUURSRECHTSPRAAK
lid van de enkelvoudige kamer griffier
Raad van State
Het college van burgemeester en wethouders van Nederweert wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen de pluimveehouderij van vergunninghoudster aan de locatie te Leveroy af. Appellant stelde onder meer dat de uitstroomventilatiekokers lager waren dan de in de ontwerp-omgevingsvergunning aangegeven 5,5 meter, waardoor geen concreet zicht op legalisering bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar liet een belangrijk betoog over de ventilatiekokers onbesproken. In hoger beroep overweegt de Afdeling dat het college een inspectierapport overlegd heeft waaruit blijkt dat de ventilatiekokers wel degelijk 5,5 meter hoog zijn, conform de vergunningtekening. Appellant heeft deze meetresultaten niet gemotiveerd betwist.
Gelet hierop oordeelt de Afdeling dat er concreet zicht op legalisering is en dat het college terecht heeft afgezien van verdergaand handhavend optreden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.