Eiser, werkzaam sinds 1979 bij het Werkvoorzieningschap Aanvullende Arbeid Venlo e.o., meldde zich in oktober 2014 ziek vanwege psychische klachten. Verweerder bracht zijn bezoldiging vanaf mei 2015 stapsgewijs terug vanwege arbeidsongeschiktheid. Eiser verzocht om herziening van deze korting en om schadevergoeding wegens vermeende onvoldoende re-integratie-inspanningen en buitensporige werkomstandigheden.
Het UWV concludeerde dat verweerder onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht, waardoor het salaris maximaal 52 weken moest worden doorbetaald en een WIA-aanvraag niet in behandeling kon worden genomen. Verweerder wees het verzoek van eiser af, waarna eiser bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat de brief van 18 mei 2015, waarin de korting werd meegedeeld, een besluit is waartegen bezwaar mogelijk is. De overschrijding van de bezwaartermijn was echter voor rekening van eiser. De aangevoerde feiten en omstandigheden waren niet nieuw en konden geen herziening rechtvaardigen. Ook was geen sprake van een beroepsziekte die recht gaf op ongekorte bezoldiging.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het bestreden besluit als onredelijk te kwalificeren. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.