ECLI:NL:RBLIM:2018:1390
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tussentijdse factuur vereffenaar nalatenschappen
De rechtbank Limburg behandelde op 9 februari 2018 een verzoek van een vereffenaar in de nalatenschappen van twee erflaatsters. Verzoekster was bij beschikking van 2 augustus 2016 benoemd tot vereffenaar van deze nalatenschappen.
Het verzoek betrof instemming met een concept tussentijdse factuur voor verrichte werkzaamheden. De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten van artikel 278 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Tevens ontbrak een wettelijke grondslag voor het verzoek, aangezien het geen verzoek tot vaststelling van het vereffenaarsloon betrof.
Daarom wees de kantonrechter het verzoek af. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door kantonrechter H.W.M.A. Staal in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot instemming met een tussentijdse factuur van de vereffenaar wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.