Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1 in conventie, gedaagde in voorwaardelijke en onvoorwaardelijke reconventie] ,
1.De procedure in conventie en in reconventie
- het na de beschikking van de kantonrechter te Roermond d.d. 2 maart 2017 alsnog uitgebrachte exploot van dagvaarding d.d. 30 mei 2017, met bijbehorende producties,
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens houdende vorderingen in reconventie, met producties,
- de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie, met nadere producties,
- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie, tevens aktewijziging van eis in reconventie, met nadere producties,
- de conclusie van dupliek in reconventie, met een nadere productie.
2.De vaststaande feiten in conventie en in reconventie
- eisers in conventie, gedaagden in reconventie, nader ook kortweg eisers te noemen, zijn eigenaren geweest van een perceel grond en/of schuur aan de [adres perceel] te [plaats peerceel] ;
- eisers hebben dit perceel grond in april 2008 aan gedaagde in conventie, eiser in reconventie, nader ook kortweg gedaagde te noemen, verkocht; de koopprijs is daarbij bepaald aan de hand van een prijs van € 20,00 per vierkante meter, terwijl het gebruik van het perceel, in ieder geval goeddeels, terug ter beschikking werd gesteld aan eisers tegen een vergoeding van € 4.800,00 per jaar;
- gedaagde heeft het gebruik van dit aan eisers tegen betaling van een vergoeding ten gebruike overgelaten perceel grond opgezegd; tegen deze opzegging hebben eisers een verzoek ingevolge artikel 7: 230a burgerlijk wetboek ingediend, waarna de kantonrechter zich onbevoegd heeft verklaard tot oordelen op het punt van de wel of niet aanwezigheid van een pachtovereenkomst.