ECLI:NL:GHARN:2009:BI4361
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- W.L. Valk
- G.P.M. van den Dungen
- J.K.B. van Daalen
- F.J.A. baron van Verschuer
- H.K.C. Roelofsen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indeplaatsstelling pachter bij bedrijfsmatige exploitatie van het gepachte
In deze zaak stond de vraag centraal of de voorgestelde pachter het gepachte bedrijfsmatig zou exploiteren, hetgeen een vereiste is voor indeplaatsstelling onder artikel 7:363 BW Pro. De pachtkamer van de rechtbank Arnhem had de vordering tot indeplaatsstelling toegewezen, waarna appellanten hiertegen hoger beroep instelden.
Het hof heeft uitgebreid de criteria voor bedrijfsmatige exploitatie besproken, verwijzend naar artikel 7:312 BW Pro en de wetsgeschiedenis. Belangrijke factoren zijn onder meer de omvang van het bedrijf, investeringen, het te verwachten ondernemingsrendement en de vraag of de gebruiker een hoofdfunctie buiten de landbouw heeft.
Het hof concludeerde dat het bedrijf met circa 60 hectare aanzienlijk van omvang is en dat er sprake is van een complex van economische activiteiten gericht op landbouwwinst. De voorgestelde pachter investeert voldoende en het bedrijfsplan voorziet in noodzakelijke toekomstige investeringen. Hoewel de pachter een deeltijdse functie buiten de landbouw heeft, vormt dit geen belemmering voor een behoorlijke bedrijfsvoering.
De grieven van appellanten dat de pachter het gepachte niet bedrijfsmatig zou exploiteren en dat de indeplaatsstelling aan de voorwaarde van opzegging van de nevenfunctie zou moeten worden verbonden, faalden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellanten in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt de indeplaatsstelling van de voorgestelde pachter wegens aannemelijke bedrijfsmatige exploitatie.