Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2018 in de zaak tussen
[naam 1] , te [woonplaats] , eiser
De korpschef van Politie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
“Komen jullie post brengen? Er worden hier vieze spelletjes gespeeld. Ik word hier afgeluisterd. Ik werk nergens aan mee. Jullie doen het maar via de post. Ik neem niets aan. Alles loopt via mijn advocaat.”(zie productie 10). Uit de brief van 1 maart 2016 (zie productie 11) blijkt voorts dat verweerder op 29 februari 2016 telefonisch met het kantoor van eisers toenmalige gemachtigde in de strafrechtelijke procedure (mr. Kuijpers) heeft afgesproken dat het besluit inzake stopzetting van de bezoldiging d.d. 1 maart 2016 aan mr. Kuijpers kon worden toegezonden. Gelet hierop, maar ook op het feit dat mr. Kuijpers in het vervolg van de onderhavige (bestuursrechtelijke) procedure op geen enkel moment heeft aangegeven dat hij niét als eisers gemachtigde aangemerkt diende te worden en de opvolgende besluiten voor eiser in ontvangst heeft genomen, heeft verweerder mogen aannemen dat mr. Kuijpers (eveneens) als eisers gemachtigde in het bestuursrechtelijk traject optrad. Gelet hierop zijn zowel het primaire als het bestreden besluit op de voorgeschreven wijze aan eiser (conform het bepaalde in artikel 3:41 van Pro de Awb) kenbaar gemaakt.
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2018.