ECLI:NL:RBLIM:2018:2499
Rechtbank Limburg
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit wegens onvoldoende redelijke termijn voor hoorzitting in bezwaarprocedure
De rechtbank Limburg behandelde een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen de vastgestelde waarde van zijn onroerende zaak voor het belastingjaar 2017. Verweerder, de heffingsambtenaar van de gemeente Stein, had het bezwaar ongegrond verklaard en daarbij afgezien van het horen van eiser op grond van artikel 7:3 Awb Pro.
Eiser had in zijn bezwaarschrift expliciet aangegeven gehoord te willen worden. Verweerder stuurde echter een e-mail met een termijn van vijf dagen om te reageren op het verzoek tot hoorzitting, wat de rechtbank als onvoldoende redelijke termijn beoordeelde, zeker gezien de vakantieperiode en het feit dat eiser vóór het bestreden besluit al had aangegeven een hoorzitting te wensen.
De rechtbank oordeelde dat een redelijke termijn minimaal een week moet zijn en dat het afzien van het horen op deze gronden onrechtmatig was. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij eiser wordt gehoord. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens het niet in acht nemen van een redelijke termijn voor het horen van eiser.