ECLI:NL:RBLIM:2018:3875
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen leden wrakingskamer rechtbank Limburg
Verzoeker heeft wrakingsverzoeken ingediend tegen leden van de wrakingskamer van de rechtbank Limburg, waaronder mr. J.W. Rijksen, mr. M.B.T.G. Steeghs en mr. D.J.E. Hamers-Aerts, alsmede tegen alle rechters van de wrakingskamer. De wrakingskamer overweegt dat vanwege de samenstelling van de wrakingskamer en het grote aantal wrakingsverzoeken van verzoeker, het onvermijdelijk is dat leden die eerder over verzoeken van verzoeker hebben geoordeeld opnieuw betrokken zijn.
Deze omstandigheid is echter onvoldoende om een vermoeden van partijdigheid of gebrek aan onafhankelijkheid te rechtvaardigen. Het verzoek tot wraking tegen alle rechters van de rechtbank Limburg wordt op grond van artikel 9.1, onder d, van het wrakingsprotocol wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid afgewezen.
De wrakingskamer besluit de wrakingsverzoeken af te wijzen en de procedure tegen mr. Hamers-Aerts voort te zetten voor de eerste wrakingskamer. Tegen deze beslissing staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken van verzoeker worden afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid en onvoldoende vermoeden van partijdigheid.