Eiser, vader van twee minderjarige kinderen, is het oneens met de naamsvaststelling van zijn kinderen bij naturalisatie, waarbij de geslachtsnaam van de moeder is vastgesteld. De kinderen wonen bij de moeder, de omgang met de vader is nihil en de moeder verzorgt de opvoeding. Het primaire besluit en het bezwaarbesluit handhaven deze naamsvaststelling.
De rechtbank stelt vast dat het hier gaat om naamsvaststelling en niet om naamswijziging. Volgens de Rijkswet op het Nederlanderschap en de bijbehorende Handleiding moet bij naturalisatie van personen uit landen met een namenreeks zoals Sri Lanka een enkelvoudige geslachtsnaam worden vastgesteld, die aansluit bij een ouder. Verweerder heeft op basis van objectieve criteria en het beleid in de Handleiding gekozen voor de naam van de moeder.
De rechtbank acht deze keuze redelijk en in het belang van de kinderen, ondanks het culturele belang dat de vader aanvoert. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt en de bezwaren van eiser worden ongegrond verklaard. Het beroep wordt afgewezen en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.