Uitspraak
Rechtbank Limburg
1.Het verloop van de procedure:
- de beschikking van de rechtbank van 6 november 2017, waarbij de dienstdoende arts van de afdeling Klinische Genetica van Maastricht UMC+ tot deskundige benoemd is en haar verzocht is om een chromosomen-onderzoek te verrichten om te bepalen of belanghebbende geboren is als interseksueel;
- de e-mail van de deskundige, door de rechtbank ontvangen op 19 december 2017, waarin de deskundige aangeeft dat zij met een (nog uit te voeren)
- de beschikking van de rechtbank van 14 februari 2018, waarbij een arts van het Radboudumc Expertiseteam DSD is bevolen tot een verhoor, waarbij de deskundige onder meer een oordeel zal worden gevraagd over de punten genoemd onder 2.2 van voornoemde beschikking;
- de brief van dr. [naam arts] van 20 maart 2018;
- de brief van belanghebbende van 9 april 2018;
- de nadere mondelinge behandeling op 17 april 2018 waarbij zijn verschenen:
- is vast te stellen of belanghebbende als interseksueel geboren is en/of interseksueel is;
- hoe kan dit worden vastgesteld;
- welke onderzoeken zijn daarvoor nodig.
2.De overwegingen
. Tegen deze achtergrond moet worden geoordeeld dat bij de huidige stand van de wetgeving het verzoek van (verzoeker), dat berust op de na een jarenlang proces van ervaring en bewustwording verkregen overtuiging noch tot het mannelijke noch tot het vrouwelijke geslacht te behoren, niet kan worden toegewezen. Dat volgens (verzoeker) in de geboorteakte het geslacht onjuist is vermeld, berust enkel op deze overtuiging en niet op een misslag zoals hiervoor bedoeld. De met bijzondere waarborgen omklede regeling inzake transseksualiteit komt, naar in cassatie niet wordt bestreden, bij het onderhavige verzoek niet aan de orde. De regeling van artikel 1:19d BW die is gebaseerd op onzekerheid in medische zin omtrent het belang van bij betrokkene aanwezige geslachtskenmerken van beide seksen, leent zich niet voor overeenkomstige toepassing. Het verzoek van (verzoeker) is immers niet gegrond op het bestaan van onzekerheid in medische zin. Het voorgaande betekent niet dat die in een langdurig proces met grote persoonlijke offers verkregen overtuiging niet behoort te worden gerespecteerd, maar wel dat die overtuiging bij de huidige stand van de wetgeving niet kan leiden tot toewijzing van het verzoek tot het geheel achterwege laten in de geboorteakte van de vermelding van hetzij het mannelijke hetzij het vrouwelijke geslacht.”
”.
a) Ensure that all persons are accorded legal capacity in civil matters, without discrimination on the basis of sexual orientation or gender identity, and the opportunity to exercise that capacity, including equal rights to conclude contracts, and to administer, own, acquire (including through inheritance), manage, enjoy and dispose of property;
93. Having regard to the above considerations, the Court finds that the respondent Government can no longer claim that the matter falls within their margin of appreciation, save as regards the appropriate means of achieving recognition of the right protected under the Convention. Since there are no significant factors of public interest to weigh against the interest of this individual applicant in obtaining legal recognition of her gender re-assignment, it reaches the conclusion that the fair balance that is inherent in the Convention now tilts decisively in favour of the applicant. There has, accordingly, been a failure to respect her right to private life in breach of Article 8 of the Convention.”