ECLI:NL:RBDHA:2021:8133

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 juni 2021
Publicatiedatum
27 juli 2021
Zaaknummer
C/09/609065 / FA RK 21-1836
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:19d BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verbetering geboorteakte wegens niet vaststelbaar geslacht in lijn met jurisprudentie

Verzoeker heeft bij de rechtbank Den Haag verzocht om verbetering van zijn geboorteakte, waarin het mannelijk geslacht vermeld staat, naar een vermelding dat het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld. Dit verzoek is gebaseerd op zijn overtuiging niet tot het mannelijke noch het vrouwelijke geslacht te behoren, ondersteund door een verklaring van het Genderteam en eerdere jurisprudentie van rechtbanken Limburg, Noord-Nederland en Midden-Nederland.

Hoewel de huidige wettelijke bepalingen, met name artikel 1:19d BW, alleen voorzien in een dergelijke vermelding bij twijfel om medische redenen direct na de geboorte, erkent de rechtbank dat er inmiddels maatschappelijke en juridische erkenning is voor een neutrale geslachtelijke identiteit. De rechtbank verwijst naar beleidsstukken en jurisprudentie die een trend laten zien richting juridische erkenning, ondanks het ontbreken van een wettelijke grondslag en het uitblijven van wetswijziging door de wetgever.

De rechtbank weegt het individuele belang van verzoeker zwaarder dan het algemene belang van strikte naleving van de wet en besluit het primaire verzoek toe te wijzen. De geboorteakte wordt verbeterd door de vermelding 'van het mannelijk geslacht' te wijzigen in 'waarvan het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld'. Het subsidiaire verzoek tot doorhaling en nieuw opmaken van de geboorteakte wordt afgewezen.

Uitkomst: De geboorteakte wordt verbeterd door 'van het mannelijk geslacht' te wijzigen in 'waarvan het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld'.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Meervoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 21-1836
Zaaknummer: C/09/609065
Datum beschikking: [geboortedatum] 2021

Verbetering geboorteakte

Beschikking op het op 12 maart 2021 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker] ,

hierna: [verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. D. Jakobs te Emmen.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente geboorteplaats] ,

zetelend te [gemeente geboorteplaats] ,
hierna: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- de brief van 21 april 2021 van de ambtenaar.

Feiten

- Op de geboorteakte, nummer [nr.] van het jaar 1956, staat [verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1956 te [gemeente geboorteplaats] , vermeld als “ [verzoeker] ”, van het mannelijk geslacht.

Verzoek

Het verzoek luidt:
primair:de ambtenaar te gelasten de geboorteakte van [verzoeker] te verbeteren inhoudende dat waar staat “van het mannelijk geslacht”, gelezen dient te worden, dan wel gewijzigd dient te worden in “waarvan het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld”;
subsidiair:de ambtenaar te gelasten de geboorteakte van [verzoeker] door te halen en in een nieuw op te maken geboorteakte op te nemen “het geslacht is niet kunnen worden vastgesteld”;
meer subsidiair:ten aanzien van het verzochte een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank in goede justitie redelijk acht.
De ambtenaar heeft bij brief van 21 april 2021 laten weten geen inhoudelijk verweer te voeren.

Beoordeling

Het primaire verzoek tot verbetering van de geboorteakte
[verzoeker] verzoekt primair om de geboorteakte te doen verbeteren inhoudende dat “van het mannelijk geslacht”, gewijzigd dient te worden in “waarvan het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld”. Ter onderbouwing van zijn verzoek verwijst [verzoeker] naar jurisprudentie op dit gebied, waaronder de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 mei 2018 (ECLI:NL:RBLIM:2018:4931), de rechtbank Noord-Nederland van 24 juli 2019 (ECLI:NL:RBNNE:2019:3437) en de rechtbank Midden-Nederland (ECLI:RBMNE:2020:522). [verzoeker] heeft de overtuiging man noch vrouw te zijn, waarmee sprake is van een vergelijkbare situatie als in voornoemde uitspraken.
De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van het verzoekschrift en van de overgelegde stukken, voldoende is komen vast te staan dat de vermelding van het mannelijk geslacht van [verzoeker] in de geboorteakte niet in overeenstemming is met de bij [verzoeker] bestaande overtuiging niet tot het mannelijke, en ook niet tot het vrouwelijke geslacht te horen. Dit volgt onder andere uit de verklaring van het Genderteam van ETZorg/T-cendent onder leiding van psycholoog-deskundige transgenders drs. T. Schouten van 23 november 2020 en het eigen relaas van [verzoeker] .
De rechtbank overweegt verder dat de huidige wettelijke bepalingen in beginsel niet voorzien in de mogelijkheid dit verzoek toe te wijzen. Op grond van artikel 1:19d van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het mogelijk om – in het geval dat het geslacht van het kind (om medische redenen) na de geboorte twijfelachtig is – in de geboorteakte de vermelding op te nemen dat het geslacht van het kind niet is kunnen worden vastgesteld. Hiervan is (of was) bij [verzoeker] echter geen sprake.
Met de rechtbanken Limburg, Noord-Nederland en Midden-Nederland en onder verwijzing naar haar eigen uitspraak van 13 april 2021 (ECLI:NL:RBDHA:2021:3907) is de rechtbank van oordeel dat er inmiddels, in tegenstelling tot wat de Hoge Raad daarover in 2007 overwoog (ECLI:HR:2007:AZ5686), sprake is van een maatschappelijke erkenning en (een trend naar) juridische erkenning van een neutrale geslachtelijke identiteit. Deze maatschappelijke erkenning heeft zich sindsdien uitgebreid en wordt ook thans nog voortgezet, op nationaal en internationaal niveau. De rechtbank onderkent dat het in beginsel aan de wetgever is deze ontwikkelingen vast te leggen in wetgeving. Uit meerdere beleidsstukken blijkt echter dat de wetgever er na de uitspraak van de rechtbank Limburg in 2018, maar ook daarna, bewust voor heeft gekozen (nog) niet over te gaan tot wetswijziging, maar de ontwikkelingen (in de jurisprudentie) vooralsnog af te wachten. Naast de in de uitspraken van rechtbanken Limburg en Midden-Nederland genoemde beleidsstukken verwijst de rechtbank in dit verband nog naar de brief van de Minister Engelshoven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 juli 2020 (Kamerstukken I, 2019-2020, 34650, nr.1), waarin zij meldt dat de jurisprudentie op het vlak van genderneutrale registratie van de geboorteakte nog steeds in ontwikkeling is en dat, gelet op het feit dat de jurisprudentie nog geen eenvormig beeld laat zien, het wenselijk is de nadere ontwikkelingen af te wachten, alvorens tot eventuele wetswijziging over te gaan.
De rechtbank is van oordeel dat, mede gelet op deze (stagnerende) ontwikkelingen bij de wetgever, op dit moment het individuele belang van [verzoeker] bij de mogelijkheid tot verbetering van de geboorteakte zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte handhaving van de huidige wettelijke regeling.
De rechtbank zal het primaire verzoek van [verzoeker] dan ook toewijzen, ondanks dat een wettelijke grondslag hiertoe ontbreekt. De rechtbank zal bepalen dat de geboorteakte dient te worden verbeterd door middel van een latere vermelding, overeenkomstig het bepaalde in artikel 1:19d BW.
De overige verzoeken behoeven geen bespreking mee.
Beslissing
De rechtbank:
gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente geboorteplaats] om de geboorteakte, nummer [nr.] van het jaar 1956, betreffende [verzoeker] , ingeschreven in het register van geboorten van de gemeente [gemeente geboorteplaats] , te verbeteren als volgt:
“van het mannelijk geslacht”, wordt verbeterd in “waarvan het geslacht niet is kunnen worden vastgesteld”;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. J.C. Sluymer, W.G. de Boer en C.S.F. de Nijs, rechters, bijgestaan door mr. K. Willems als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
[geboortedatum] 2021.