Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juni 2018 in de zaak tussen
[naam 1] , te [plaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2018.
Rechtbank Limburg
Eiseres ontving bijstand sinds februari 2015. Verweerder ontdekte dat eiseres vanaf november 2015 regelmatig significante bedragen, waaronder salaris van een hotel, op haar bankrekening ontving die zij niet had gemeld. Verweerder herzag daarop de bijstand en vorderde de te veel betaalde bedragen terug over 2015 en 2016.
Eiseres voerde aan dat de stortingen leningen waren van een vriend, bedoeld voor levensonderhoud en aankopen, en dat zij afspraken had gemaakt over terugbetaling. Zij betwistte slechts een deel van de terugvordering. De rechtbank oordeelde dat kasstortingen en bankbijschrijvingen als middelen in de zin van de Participatiewet gelden en dat leningen niet zijn uitgezonderd van het middelenbegrip.
De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het om daadwerkelijke leningen ging en dat de toelichting op terugbetalingen niet voldoende onderbouwd was. Hierdoor was de inlichtingenplicht geschonden, wat rechtvaardigt dat verweerder de bijstand herzag en terugvorderde. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van te veel betaalde bijstand wordt ongegrond verklaard wegens schending van de inlichtingenplicht.