Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
primair) een hoeveelheid geld te stelen door een ontploffing te weeg te brengen in een geldautomaat en door een deur van het bankgebouw te forceren door met een personenauto tegen een deur van het bankgebouw te rijden althans (
subsidiair) een ontploffing in een geldautomaat heeft teweeggebracht waardoor algemeen gevaar is ontstaan voor goederen, in het bijzonder de geldautomaat, het gebouw waar zich deze geldautomaat in bevond en ook voor belende gebouwen;
primair)op 19 juni 2015 in Herzorgenrath (Duitsland), al dan niet tezamen met een ander door het gebruik van een valse sleutel een personenauto heeft gestolen, dan wel
(subsidiair)op 19 juni 2015 in Maastricht deze personenauto heeft geheeld.
(primair)dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] dood te schieten om zo te kunnen vluchten na een poging een woninginbraak te plegen
(subsidiair)dan wel heeft geprobeerd [slachtoffer 1] dood te schieten
(meer subsidiair)dan wel heeft geprobeerd een woninginbraak met geweld te plegen
(meest subsidiair);
3.De beoordeling van het bewijs
[slachtoffer 1] . Beide aangevers hebben verklaard dat de daders, gekleed als politieagenten, in het bezit waren van een pistool toen zij de woning betraden. De officier van justitie heeft voorts verwezen naar de verklaring van de verdachte en de verklaring van [medeverdachte] , inhoudende dat ze bekennen gekleed als politieagenten naar de woning te zijn gegaan om de aldaar in een plantage aanwezige hennep te stelen. Beide verdachten hebben verklaard dat [medeverdachte] met een pistool heeft geschoten. [medeverdachte] heeft verklaard dat hij heeft geschoten nadat de verdachte zei ‘
schiet, schiet’. Ook heeft [medeverdachte] verklaard [slachtoffer 1] met een hamer op het hoofd te hebben geslagen. De verdere verklaring van beide verdachten, inhoudende dat zij geen wapens naar de woning hebben meegebracht of uit de woning hebben meegenomen, acht de officier van justitie niet aannemelijk. De officier van justitie bestempelt deze verklaringen als leugenachtig en heeft in dit verband verwezen naar de getuigenverklaringen van [getuige 7] , [getuige 8] , [getuige 9] en
nepagentenzag die bij een zwarte BMW stonden. Volgens haar verklaring heeft haar dochter gezien dat de beide
nepagenteneen pistool droegen. Direct na het voorval heeft de getuige [getuige 11] van [slachtoffer 2] gehoord dat haar auto van haar was afgenomen en dat het geen politieman was, maar dat hij wel een pistool had. De officier van justitie heeft voorts verwezen naar de verklaring van de verdachte en [medeverdachte] , inhoudende dat [medeverdachte] de auto heeft gestopt en dat ze vervolgens samen met de auto zijn weggereden. De verdere verklaring van de verdachten, inhoudende dat [medeverdachte] bij het stoppen van de auto geen gebruik heeft gemaakt van een wapen, acht de officier van justitie kennelijk leugenachtig, gelet op de verklaringen van
Uit de auto! En zo snel mogelijk. Anders gebeuren ongelukken hier!’.
zeer waarschijnlijkis dat de mobiele telefoon zich op dat moment in Duitsland bevond. Naar het oordeel van de raadsvrouw levert deze waarschijnlijkheidsgraad geen hard bewijs op voor de aanwezigheid van dat toestel in Duitsland. Als het toestel later weer wordt ingeschakeld, worden sms’jes van de vriendin van de verdachte niet beantwoord, terwijl er wel een sms wordt gestuurd naar een vrouw, waarvan is komen vast te staan dat niet de verdachte, maar [betrokkene 1] contact mee heeft. De raadsvrouw concludeert dat de plaats van het toestel na 1.06 uur, toen de verdachte zich kennelijk in de gemeente Maasmechelen (B) bevond, geen indicatie kan vormen voor de plaats waar de verdachte zich in de nacht van 19 juni 2015 heeft bevonden. Naar het oordeel van de raadsvrouw is voorts geen sprake van medeplegen bij de diefstal in Duitsland. De raadsvrouw heeft in dit verband naar jurisprudentie verwezen. [2]
nauwe en bewuste samenwerking’ moet volgens de raadsvrouw de verdachte worden vrijgesproken omdat hij niet kan worden aangemerkt als medepleger. Subsidiair komt aan de verdachte een beroep op noodweer, dan wel noodweerexces toe en dient hij daarom te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
plofkraakplaatsgevonden bij een vestiging van de ING Bank aan het Lindeplein. Daarbij werd de geldautomaat in de gevel van ING bank in Brunssum aan de binnen- en buitenzijde grotendeels vernield. De van deze geldautomaat deel uitmakende kluis werd beschadigd door de teweeg gebrachte ontploffing, maar is niet opengegaan, met gevolg dat er geen geld uit de geldautomaat is buitgemaakt. De gestolen auto van het merk BMW, waarmee tegen de gevel van het gebouw van de ING bank is gereden, is door de daders in brand gestoken. Door getuigen zijn ter plaatse vier of vijf gemaskerde mannen met op machinegeweren lijkende voorwerpen gezien bij de geldautomaat en zijn twee mannen gezien die uit de gestolen auto zijn gevlucht. De verdachte wordt verweten een van de daders van deze
plofkraakte zijn.
plofkraakheeft plaatsgevonden. [10]
plofkraakaanwezig geweest te zijn en stelt dat hij er ook niets mee te maken heeft.
Hij erkent dat hij op 27 februari 2015 door de KMAR is staande gehouden. Hij geeft aan dat hij toen samen met [getuige 13] was en dat ze vanaf 14 februari 2015 op het vakantiepark verbleven. Hij verklaarde dat ze voornemens waren juist die ochtend naar Utrecht, naar de moeder van [getuige 13] te gaan.
Het huisje had drie slaapkamers. Op 27 februari 2015 ging hij samen met [getuige 13] naar Utrecht naar diens moeder. Hij verklaart dat hij, [getuige 12] en [getuige 13] al die tijd met zijn drieën in het huisje verbleven hebben. [getuige 12] woonde officieel nog bij zijn ouders. [getuige 13] is er ook al die tijd bij geweest. De verdachte heeft verklaard dat hij geen geld had toen hij uit gevangenis kwam, maar dat ze het huisje wel samen betaald hebben. Hij wil niet zeggen hoe hij aan het geld daarvoor kwam. [11]
dat heeft geleid tot het opmaken van een proces-verbaal meineed, dat niet aan het dossier is toegevoegd). De getuige bevestigt dat hij een huisje gehuurd had omdat de verdachte geen woning had en telkens op verschillende plekken sliep. Hij heeft verklaard dat hij alles betaald heeft en de verdachte en [getuige 13] niets hebben betaald aan de huur. Hij heeft verklaard dat het huisje twee slaapkamers had, dat hijzelf een eigen kamer had en dat in de andere kamer de verdachte en [getuige 13] sliepen. Hij heeft verklaard zich te kunnen herinneren dat hij op
27 februari 2015 de verdachte ‘s ochtends rond 7.00 heeft gewekt, of misschien ook om 6.00 uur, omdat de verdachte voornemens was naar Utrecht te reizen. Ook heeft hij verklaard dat [getuige 13] er voor de gezelligheid was, maar dat die eigenlijk in Utrecht woont. Hij heeft verklaard dat ze al die tijd met zijn drieën in het huisje verbleven. [13]
11 februari 2016 heeft overgelegd, wordt voorgehouden, verklaart hij zich te herinneren die brief zelf te hebben opgesteld en ondertekend en dat zijn verklaring in die brief overeenstemt met de waarheid. In die brief is onder meer vermeld dat de verdachte in de nacht van 27 februari 2015 samen met hem was en dat ze in de ochtenduren besloten om naar zijn moeder te gaan. Hij heeft verklaard bij de rechter-commissaris dat er in de nacht van 26 op 27 februari 2015 niemand anders bij was. Hij heeft ook verklaard dat hij toen niet woonde op de camping. Hij verklaart dat hij nu en ook in 2015 in Heerlen woonde. Hij heeft verklaard dat hij voor de gezelligheid wel eens op een camping verblijft. De naam [getuige 12] zegt hem niets. Hij weet niet of de verdachte bevriend is met de [getuige 12] (s) die hij (zonder achternaam) kent; het zou wel kunnen, zo zegt hij. [14]
plofkraak, een daderspoor is, dat toevallig, namelijk door het blijven haken, is achtergebleven op de plaats delict.
plofkraak, een broek is geweest van de verdachte.
plofkraakop de geldautomaat van de ING bank in Brunssum heeft gepleegd.
– een broek die mogelijk uit de woning van de verdachte is meegenomen toen hij in detentie zat dan wel mogelijk door de verdachte is achtergelaten op een van zijn vele slaapplaatsen, zoals de verdachte heeft naar voren gebracht als mogelijkheid –.
plofkraakniet ver van de ING bank verwijderd werd gesignaleerd (op een locatie gelegen in de richting waarin de daders van de
plofkraakmet hun voertuigen, waaronder een soortgelijk voertuig als waarover de verdachte op het moment dat hij werd gesignaleerd de beschikking had, volgens getuigen zijn gevlucht), terwijl de verdachte voor zijn aanwezigheid toen aldaar, gezien de tegenstrijdige verklaringen die daarover zijn afgelegd, naar het oordeel van de rechtbank geen overtuigende verklaring heeft gegeven.
plofkraakheeft gepleegd en er in zoverre twijfel is of de verdachte zich als medepleger heeft schuldig gemaakt aan deze
plofkraak. Dat betekent dat de verdachte van het aan hem onder 1. primair en subsidiair en het onder 2. tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.
messteken, gestoken, mes’. [getuige 7] draaide zich hierop weer in de richting van de voordeur van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] . Zij zag dat deze voordeur was gesloten en dat er bloed op zat. De twee mannen die eerder bij deze personenauto stonden waren inmiddels vertrokken. Zo’n 5 tot 10 minuten later stond [getuige 7] nog steeds voor haar woning. Zij zag dat de voordeur van de woning van [slachtoffer 5] en [slachtoffer 1] openging. [getuige 7] zag dat [slachtoffer 5] helemaal overstuur naar buiten kwam gelopen. [slachtoffer 5] is vervolgens bij [getuige 7] de woning binnen gegaan. [slachtoffer 5] verklaarde toen tegenover [getuige 7] dat het
nepagentenwaren. [26]
liggen, liggen!’, ‘niet kijken!’en ‘
gezicht op de grond!’. [slachtoffer 5] zag dat die persoon een wapen in zijn hand hield. Hij wees met dat pistool in haar richting. Hij hield de arm gestrekt op schouderhoogte. Hij stond heel dichtbij, zodanig dichtbij dat hij met een gestrekte arm [slachtoffer 5] bijna aanraakte. In de woonkamer bij de eetkamertafel ging [slachtoffer 5] op de grond liggen. Er werd direct een deken over [slachtoffer 5] heen gelegd, waardoor ze niets meer kon zien. Terwijl zij op de grond lag, voelde zij dat tegen haar linkerbeen werd geschopt. Op het moment dat [slachtoffer 5] werd geschopt, zag zij felgekleurde gymschoenen. Zij realiseerde zich op dat moment – door die opvallende schoenen – dat deze persoon geen politieagent kon zijn. [slachtoffer 5] hoorde dat een mannenstem zei: ‘
liggen!’. [slachtoffer 5] hoorde gerommel. Spullen vielen op de grond en ze hoorde [slachtoffer 1] schreeuwen. Ook door het feit dat [slachtoffer 1] kennelijk niet deed wat hem werd opgedragen, kreeg [slachtoffer 5] de indruk dat de mannen geen agenten van politie waren. [slachtoffer 5] hoorde dat iemand naar de eerste verdieping liep. Dit was de persoon met de felgekleurde schoenen. [slachtoffer 5] hoorde een klik en dacht daarom dat de deur van de slaapkamer waar een hennepplantage stond werd geopend. Ze hoorde dat iemand na 15 tot 30 seconden weer naar beneden liep. [slachtoffer 5] hoorde dat er in de gang een gevecht plaatsvond. Ze hoorde twee harde knallen. [slachtoffer 5] besefte dat het schoten uit een vuurwapen waren. Ze dacht: ‘
ik ga eraan’. [slachtoffer 5] was op dat moment heel erg bang. Ze hoorde een hoop gestommel. Ze hoorde dat iemand riep: ‘
kijk uit, hij heeft een mes!’. Met die van [slachtoffer 1] erbij geteld, hoorde [slachtoffer 5] drie stemmen. [slachtoffer 5] kreeg het idee dat de schoten waren gevallen omdat [slachtoffer 1] niet deed wat hem werd gezegd. [slachtoffer 5] weet niet meer in welke volgorde ze dit alles hoorde. Op een bepaald moment was het stil. Ze hoorde dat [slachtoffer 1] riep dat zij de politie en een ambulance moest bellen. [slachtoffer 5] kwam onder de deken vandaan en zag dat [slachtoffer 1] helemaal onder het bloed zat. [slachtoffer 5] heeft vervolgens de woning verlaten om hulp in te schakelen. [28]
schiet hem kapot’. Welke dader dat zei, weet [slachtoffer 5] niet. [slachtoffer 5] meent dat met ‘
hem’ [slachtoffer 1] werd bedoeld. [31]
schiet hem maar kapot’. [slachtoffer 1] heeft toen het mes gepakt en heeft de man die het pistool tegen zijn hoofd hield daarmee gestoken. De man riep toen: ‘
hij heeft mij geraakt’. Hierop schoot de andere man op [slachtoffer 1] , hij denkt twee keren. De man die schoot stond bij [slachtoffer 5] , ongeveer twee tot drie meter bij [slachtoffer 1] vandaan. Toen zijn de indringers weer naar buiten gerend. Een van de indringers heeft [slachtoffer 1] meerdere klappen met het pistool op zijn hoofd gegeven. [32]
als hij lastig is of niet luistert, schiet je hem maar door het hoofd’. Toen zag [slachtoffer 1] het mes liggen. Hij heeft het mes gepakt en toen in een reactie de indringer met het mes tussen zijn benen gestoken. [slachtoffer 1] weet zeker dat hij twee keer heeft gestoken, maar het kan ook drie keer zijn geweest. Toen [slachtoffer 1] opstond zag hij dat de indringer die hij had gestoken wegvluchtte richting de voordeur. De indringer die bij [slachtoffer 5] stond, schoot vervolgens drie keer op hem. De overvaller schoot daarna nog één keer. [slachtoffer 1] weet zeker dat de overvaller die hij heeft gestoken, niet de overvaller is die op hem heeft geschoten. [33]
weg hier, weg hier, weg hier’. [getuige 8] hoorde veel geschreeuw door elkaar heen. [getuige 8] is vervolgens naar buiten gelopen. Hij zag een donkerkleurige personenauto van het merk BMW staan. [getuige 8] zag een man bij het geopende bijrijdersportier van dat voertuig staan. Een tweede man kwam aanlopen. De mannen droegen beiden een politieshirt. [getuige 8] hoorde de bijrijder tegen de chauffeur zeggen: ‘
ik ben gestoken, hij heeft een mes’. [getuige 8] zag dat beide personen verwondingen hadden. De bijrijder hield zijn been vast. Bij de chauffeur zag [getuige 8] ook een verwonding. Een van zijn handen zat helemaal onder het bloed. [getuige 8] heeft toen aan deze mannen gevraagd of hij hen kon helpen. [getuige 8] zag toen ook dat de persoon die bij het bijrijdersportier stond een pistool in een van zijn handen vasthield. [getuige 8] zag dat dit pistool zwart van kleur was. Plotseling zag [getuige 8] de twee mannen het voetpad in lopen. Ze liepen uit het zicht van [getuige 8] . [getuige 8] is toen zijn woning binnengegaan en heeft uit zijn slaapkamerraam gekeken. Hij zag toen vanuit het raam beide mannen in het midden van de Europaweg staan. [getuige 8] zag dat de man die het pistool eerder vast had, nu met het pistool gericht in de richting van Eygelshoven stond. [getuige 8] bedoelt hiermee dat hij zag dat die man zijn pistool met beide handen vasthield en daarmee voor zijn lichaam uitwees in de richting van Eygelshoven. Hierna liepen de mannen uit zijn gezichtsveld. Even later hoorde [getuige 8] het geluid van piepende banden. Hij meent te horen dat een auto met hoge snelheid weg rijdt. [getuige 8] zag toen vanuit het raam een kleine auto over de Europaweg-Zuid hard voorbij rijden. [45]
we moeten weg, gooi dat weg’. Ze zag de twee politieagenten richting de grote weg (Europaweg) rennen. Zij zag dat beiden een uniform droegen en dat ze beiden gewond waren. Ze hadden bloed aan hun benen en de broek was kapot. De eerste politieagent had een mes bij zich, de tweede politieagent had een zwart pistool bij zich. [46]
Uit de auto! En zo snel mogelijk! Anders gebeuren ongelukken hier!’. Terwijl de man dit riep, stapte hij aan de bijrijderskant in de auto. Over het pistool kan [slachtoffer 2] verklaren dat het een handvuurwapen was, een “
heel fijn pistooltje”. [slachtoffer 2] schat dat het wapen tussen de vijftien en twintig centimeter lang was. Er zat een fijn loopje op en het pistool, dat matzwart van kleur was. De loop had een andere kleur en was kort, ongeveer vier centimeter. De man had intussen op de bijrijdersstoel plaatsgenomen. [slachtoffer 2] kon maar aan één ding denken: ‘
eruit!’. Toen de man nog naast de auto stond, had [slachtoffer 2] gezien dat vanaf de andere kant een andere man was komen aanlopen. Hij liep ook in de richting van haar auto. Deze man droeg ook een politie-uniform en had ook een doek voor zijn gezicht. Terwijl de man met het pistool al op de bijrijdersstoel zat, heeft [slachtoffer 2] snel haar tas gepakt en is zij uit de auto gestapt. De andere man nam toen direct plaats op de bestuurdersstoel. De twee mannen zijn direct hierop met haar auto met zeer hoge snelheid weggereden over de Europaweg-Zuid. [slachtoffer 2] heeft voorts nog verklaard dat de man met het pistool voor het overige niets in zijn handen had. De andere man had verder niets bij zich. [47]
verdienen. Ze hebben eerst geprobeerd via de achtertuin de woning te bereiken, maar zagen toen dat de bewoners thuis waren. Ze hebben zich vervolgens gekleed in politie-uniformen en hebben via de voordeur de woning betreden. De verdachte is naar de bovenverdieping gegaan terwijl [medeverdachte] beneden is gebleven. [slachtoffer 1] kwam echter telkens onder de deken uit. [medeverdachte] is naar hem toegelopen en wilde de deken goed leggen. Terwijl [medeverdachte] de deken goed wilde leggen, voelde hij een raar gevoel in zijn been. Hij zag toen een handvat van een grote dolk boven zijn knieholte in zijn rechterbeen steken. [medeverdachte] zag vervolgens dat de verdachte kwam aanrennen. De verdachte sprong bij [slachtoffer 1] op de rug. [slachtoffer 1] ging vervolgens toch rechtop staan. [medeverdachte] zag dat [slachtoffer 1] de verdachte probeerde te steken. De verdachte riep toen naar [medeverdachte] : ‘
schiet, schiet’en de verdachte riep ook om hulp. [medeverdachte] heeft vervolgens twee keer op [slachtoffer 1] geschoten. Vervolgens kwam [slachtoffer 1] niettemin met het mes op [medeverdachte] af. [medeverdachte] heeft vervolgens een hamer genomen en [slachtoffer 1] daarmee op zijn hoofd geslagen. Daarna hebben de verdachte en [medeverdachte] de woning verlaten. [medeverdachte] heeft verklaard de hamer in de auto te hebben gegooid. De verdachte kon vervolgens de sleutel van de auto niet meer vinden. [medeverdachte] stond op dat moment bij de auto, hij meent bij het bijrijdersportier. Ze zijn toen via een steegje naar de Europaweg gerend. [medeverdachte] heeft vervolgens een personenauto tot stoppen gemaand. Daarna zijn de verdachte en [medeverdachte] in deze auto weggereden. [49]
moestschieten. Hij dacht dat de verdachte bijna dood ging. [medeverdachte] meende dat hij het leven van de verdachte moest redden door op [slachtoffer 1] te schieten. Hij zag op dat moment geen andere uitweg. Voorts heeft [medeverdachte] ter terechtzitting verklaard dat hij niemand “
de schuld in de schoenen wil schuiven” met betrekking tot het roepen van ‘
schiet, schiet’. Hij heeft voorts verklaard op de benen van [slachtoffer 1] te hebben gericht.
kijk uit, hij heeft een mes’. De verdachte zag dat [slachtoffer 1] met het mes stekende bewegingen naar boven aan het maken was. De verdachte voelde toen het mes in zijn lichaam. De eerste steek was in de bil van de verdachte. Hij werd hierna meerdere keren met het mes gestoken in zijn been. De verdachte heeft toen de arm van [slachtoffer 1] vastgepakt. [medeverdachte] probeerde op dat moment het mes uit de handen van [slachtoffer 1] te schoppen. De verdachte zag vervolgens dat [medeverdachte] een pistool vasthield en doorlaadde. De verdachte zag en hoorde dat [medeverdachte] op [slachtoffer 1] schoot. [medeverdachte] heeft daarna nog een keer geschoten. Terwijl de verdachte uit de woning wilde vluchten zag hij nog dat [medeverdachte] [slachtoffer 1] met een hamer sloeg. [medeverdachte] en de verdachte hebben vervolgens de woning verlaten. Omdat de verdachte de sleutel van de auto was verloren, was het niet mogelijk met de auto te vertrekken. [medeverdachte] is vervolgens samen met de verdachte weggerend. Op de Europaweg heeft [medeverdachte] een auto tot stoppen gemaand. De verdachte is vervolgens samen met [medeverdachte] in deze auto weggereden, waarbij de verdachte de auto heeft bestuurd. [51]
schiet, schiet’. Hij heeft voorts verklaard dat terwijl [medeverdachte] schoot, hij [slachtoffer 1] vast had en zodoende een schampschot op zijn rechterhand heeft gekregen.
opeensvoor zijn voeten lag en dat hij niet weet waar dit pistool vandaan is gekomen. Voorts heeft [medeverdachte] verklaard dat hij het pistool na het schieten in de woning heeft laten vallen en dat dit pistool dus in de woning is achtergebleven. [medeverdachte] heeft voorts verklaard dat hij tijdens de diefstal van de auto, merk Fiat, type Panda, geen wapen heeft gebruikt. De verdachte heeft verklaard niet te weten waar het pistool vandaan is gekomen. Ook heeft de verdachte verklaard dat hij tijdens de diefstal van de auto geen wapen in de handen van [medeverdachte] heeft gezien.
- de verdachte heeft [medeverdachte] met een auto opgehaald om samen een hennepplantage te gaan stelen;
- de verdachte heeft samen met [medeverdachte] geprobeerd de woning via de achterzijde te bereiken door het slot van de tuindeur te forceren;
- de verdachte is vervolgens samen met [medeverdachte] weggereden;
- de verdachte en [medeverdachte] hebben zich samen omgekleed in politie-uniformen en zijn vervolgens samen naar de voorzijde van de woning gereden;
- ze hebben samen aangeklopt en hebben vervolgens samen de woning betreden;
- bij het betreden van de woning hebben ze ieder één van de aangevers door bedreiging met een vuurwapen of daarop gelijkend voorwerp onder controle gebracht;
- de verdachte is naar de bovenverdieping gegaan om de aldaar aanwezige hennep te stelen, terwijl [medeverdachte] beneden bij aangevers is gebleven om deze verder in bedwang te houden;
- de verdachte is op een gegeven moment naar beneden gekomen omdat er sprake zou zijn van een schermutseling tussen [medeverdachte] en [slachtoffer 1] ;
- toen [slachtoffer 1] weigerde mee te werken, heeft de verdachte een wapen op zijn hoofd gericht, waarbij [medeverdachte] tegen de verdachte zei: ‘
- de verdachte is vervolgens met [slachtoffer 1] in een worsteling geraakt, waarbij de verdachte door [slachtoffer 1] meerdere keren met een mes is gestoken;
- de verdachte heeft op dat moment tegen de verdachte gezegd: ‘
- [medeverdachte] heeft vervolgens minimaal twee keer op [slachtoffer 1] geschoten;
- [medeverdachte] heeft vervolgens een hamer gepakt en [slachtoffer 1] hiermee meerdere malen op zijn hoofd geslagen;
- hierna zijn beide verdachten samen uit de woning gevlucht.
uit de auto! En zo snel mogelijk! Anders gebeuren ongelukken hier!’.
waar is het geld en waar is de kluis?’. Om zichzelf te beschermen legde [slachtoffer 3] zijn handen op het hoofd en maakte zich klein. Hij werd namelijk op zijn hoofd geslagen met een hard voorwerp. Toen [slachtoffer 3] zijn handen op zijn hoofd hield, voelde hij dat hij met dat voorwerp op zijn handen werd geslagen. Op enig moment zag hij dat het voorwerp een grote schroevendraaier was. Tijdens dit slaan werd alleen maar gevraagd naar het geld en de kluis. [slachtoffer 3] had al een paar keer gezegd dat hij geen kluis in huis had. Op enig moment voelde [slachtoffer 3] een vloeistof over zijn hoofd, handen en nek lopen. Op dat moment rook hij ook een sterk doordringende geur. [slachtoffer 3] kon die geur direct thuisbrengen als de geur van terpentine of wasbenzine. [slachtoffer 3] schrok daar heel erg van. Op het moment dat hij de vloeistof op zijn lichaam voelde, hoorde hij ook een van de daders met Marokkaans accent zeggen dat hij het geld en de kluis wilde. [slachtoffer 3] moest zeggen waar het geld en de kluis waren anders zou hij in brand worden gestoken. [slachtoffer 3] was bang dat de daders hem dat daadwerkelijk aan gingen doen. Op het moment dat bovenstaande zich afspeelde zag [slachtoffer 3] ook een derde dader. [slachtoffer 3] weet niet precies waar deze vandaan was gekomen. Dader 3 was ook geheel in het zwart gekleed en droeg ook een soort bivakmuts. [slachtoffer 3] zag deze dader niet zo goed. Wat hem wel opviel is dat deze persoon iets kleiner was dan de andere twee en hij Nederlands met een Limburgs accent sprak.
daderspoorgesproken kan worden, is onder meer van belang de aard van het spoor, op welke plaats dit spoor is aangetroffen en of dit spoor enig verband houdt met het gepleegde delict. Daarnaast speelt de verklaring van de verdachte een belangrijke rol; in concreto gaat het dan om de vraag of de verklaring van de verdachte voor de aanwezigheid van DNA dat overeenstemt met zijn DNA op de plaats delict aannemelijk is.
daderspoorbetreft afneemt; immers het behoeft niet zo te zijn dat de inhoud van dat flesje werd geconsumeerd door één of meerdere van de daders van de overval in de woning.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
4.
1. meer subsidiair
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
zondermeeraan dat dit een bijzonder traumatische gebeurtenis voor [slachtoffer 5] moet zijn geweest. De rechtbank heeft er nota van genomen dat [slachtoffer 5] onder behandeling staat van een psycholoog. Nu is vastgesteld dat zij lijdt aan PTSS heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat er een in de psychiatrie erkend ziektebeeld bij [slachtoffer 5] bestaat. Dat deze ziekte werd veroorzaakt door de gebeurtenissen op 10 mei 2016 acht de rechtbank aannemelijk.
zondermeeraan dat de diefstal van de auto onder bedreiging van geweld een bijzonder traumatische gebeurtenis voor [slachtoffer 2] is geweest. De rechtbank heeft er nota van genomen dat [slachtoffer 2] onder behandeling heeft gestaan van een psycholoog. Nu is vastgesteld dat zij lijdt aan PTSS heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat er sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden welke zich leent voor aansprakelijkheid van de verdachte en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbaar feit. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het gevorderde bedrag van € 2.500, en de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag der algehele voldoening.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 3., het onder 4. en het onder 5. primair aan hem tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 3., onder 4. en onder 5. primair aan hem meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart het onder 1. meer subsidiair, het onder 2. en het onder 3. aan hem tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 1. meer subsidiair, onder 2. en onder 3. aan hem meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- verklaart de benadeelde partij ING Bank N.V. in haar vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk;
- veroordeelt ING-bank N.V. in de kosten van de procedure, aan de zijde van de verdachte tot op heden begroot op nihil.
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 5] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 2.500, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft en in dier voege, dat in zoverre dit bedrag door [medeverdachte] geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- wijst de vordering van [slachtoffer 1] voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 1] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 49.520, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 282 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft en in dier voege, dat in zoverre dit bedrag door [medeverdachte] geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 2] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 2.950,44, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 10 mei 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 39 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft en in dier voege, dat in zoverre dit bedrag door [medeverdachte] geheel of gedeeltelijk is betaald, de verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van deze betalingsverplichting;
€ 7.126,92, bestaande uit materiële schade € 5.126,92 en immateriële schade € 2.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente, deze te berekenen over de periode van 16 maart 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten van deze procedure, daaronder begrepen de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging, aan de zijde van [slachtoffer 3] tot op begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van
€ 7.126,92, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag van de volledige voldoening, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 70 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis deze betalingsverplichting niet opheft;