Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
ZALANDO S.E.
Rechtbank Limburg
Zalando vorderde betaling van €159,45 plus rente en incassokosten van [gedaagde] wegens vermeende bestellingen in juni 2017. De vordering was gebaseerd op kopieën van facturen en een incassobrief, maar het was onduidelijk of de bestellingen daadwerkelijk door [gedaagde] waren geplaatst of ontvangen.
[Gedaagde] betwistte de bestellingen en stelde pas sinds december 2017 op het adres van zijn ouders te wonen, die ook niets hadden ontvangen. Hij ontkende de vorderingen en toonde aan dat het gebruikte e-mailadres niet van hem was.
De rechtbank oordeelde dat Zalando onvoldoende bewijs had geleverd van de totstandkoming van een koopovereenkomst, levering en betalingsverzuim. De facturen waren niet overtuigend en er ontbrak een schriftelijke bevestiging of bewijs van legitimatie. De vordering werd daarom afgewezen en Zalando werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten ten gunste van [gedaagde].
Uitkomst: De incassovordering van Zalando wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van koop en levering.