Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[eiser sub 2], vennoot,
[eiser sub 3], vennoot,
1.De procedure
- de dagvaarding met bijlagen
- de mondelinge behandeling ter zitting van 23 augustus 2018
- de pleitnota van gedaagde.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een kort geding waarin eisers verzochten het conservatoir beslag dat gedaagde op hun onroerende zaak en bankrekeningen had gelegd, op te heffen. Eisers stelden dat de vordering van gedaagde ondeugdelijk was, onder meer vanwege eerdere afwijzingen in een kortgedingprocedure en betwistingen over de aard en omvang van de gebreken aan geleverde deuren.
Gedaagde betwistte de ondeugdelijkheid van haar vordering en voerde aan dat eisers ongeschikte deuren hadden geleverd en onvoldoende hadden gewaarschuwd voor risico’s. De voorzieningenrechter oordeelde dat partijen lijnrecht tegenover elkaar stonden over cruciale feiten en dat deze kortgedingprocedure zich niet leent voor bewijslevering, zodat niet kon worden vastgesteld wie gelijk had.
Daarnaast was de zekerheid die het beslag bood onvoldoende. Het beslag op het aandeel van eisers in de woning en de bankrekeningen bood samen onvoldoende dekking voor het bedrag waarvoor verlof was verleend. Daarom werden zowel het primair als subsidiair gevorderde opheffen van het beslag afgewezen. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot opheffing conservatoir beslag wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs en onvoldoende zekerheid.