Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
cilinder eateren cilindertrekkerschroeven van 4.2 en 4.8 mm. Het bedrijf [naam webshop] blijkt een webshop te hebben via de website [naam website] . Op die site worden allerlei producten aangeboden voor het (geforceerd) openen van sloten en deuren. Verder blijkt uit de telefoongesprekken dat [medeverdachte] steeds [verdachte] op de hoogte stelt van de status van de bestelling. [21]
cilinder eaterheeft besteld. [verdachte] informeert blijkens de getapte gesprekken regelmatig bij [medeverdachte] of de goederen al zijn aangekomen.
cilinder eateren trekschroeven in twee maten zijn besteld. [verdachte] heeft zich ten aanzien van de bestelling op zijn zwijgrecht beroepen, zowel bij de politie als ter terechtzitting.
Feit 7
cilinder eateren trekschroeven en belt zij rond om een spaarpot met kleingeld te kunnen inwisselen, die in de nacht daarvoor door [verdachte] is buitgemaakt. Geconfronteerd met de onderzoeksbevindingen door de politie beroept zij zich op haar zwijgrecht. Dat is uiteraard haar goed recht, maar bij het uitblijven van een aannemelijke verklaring voor de genoemde bevindingen mag de rechtbank van de juistheid van deze bevindingen uitgaan en deze in het licht van het overige bewijs beschouwen. En daaruit leidt de rechtbank af dat ook het opzet van [medeverdachte] gericht was op het plegen van woninginbraken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.Vordering herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] gedeeltelijk en hoofdelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 1.004,09, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 14 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- wijst de vordering voor het overige af;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] , van € 1.004,09, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
[slachtoffer 3]
- wijst de vordering voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3] , van € 767,90, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 12 juli 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten, door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, begroot tot heden op nihil;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 11] , van € 64,76, bij niet betaling en verhaal te vervangen door een dag hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 14 januari 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de officier van justitie toe;
- herroept de door de wet aan de tenuitvoerlegging van de door de rechtbank Limburg bij vonnis van 16 september 2014 onder parketnummer 03/700672-13 en van de door het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch bij arrest van 26 januari 2012 onder parketnummer