ECLI:NL:RBLIM:2018:9126
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging verwerping nalatenschap minderjarige na verzuim wettelijke vertegenwoordiger
De minderjarige is erfgenaam van een nalatenschap met een aanzienlijk negatief saldo. De wettelijke vertegenwoordiger, de moeder, heeft binnen de wettelijke termijn wel om machtiging verzocht om de nalatenschap te verwerpen, maar heeft verzuimd daadwerkelijk de verwerping te verklaren. Hierdoor geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard door de minderjarige.
De kantonrechter oordeelt dat het maatschappelijk onwenselijk is dat de minderjarige door de onkunde van de meerderjarige de nalatenschap moet vereffenen, zeker gezien de passiva die de activa ruimschoots overschrijden. De kantonrechter wijst erop dat de wettelijke vertegenwoordiger binnen een maand na deze beschikking alsnog de verwerping moet verklaren bij de Centrale balie van de rechtbank en een afschrift van de akte moet aanleveren.
De beschikking is gebaseerd op de bescherming die artikel 4:913 BW Pro biedt aan minderjarigen en de gezagskracht van de eerdere machtigingsbeschikking. Daarmee wordt voorkomen dat de minderjarige onnodig wordt belast met de vereffening van een nalatenschap die waarschijnlijk tot niets zal leiden voor de crediteuren.
Uitkomst: De kantonrechter machtigt de wettelijke vertegenwoordiger om namens de minderjarige alsnog de nalatenschap te verwerpen met aanwijzingen voor de procedure.